Op de grond in de Jaarbeurs ligt Gulliver, de hoofdpersoon uit het beroemde boek van Jonathan Swift, vastgebonden door de minuscule bewoners van ‘Lilliput’; de bezoekers van de tentoonstelling. Het lijf van Gulliver, 100 meter lang en 50 meter breed, wordt opgebouwd uit kratten en steigermateriaal. Daarop wordt de ‘bagage’ uit zijn reizen getoond: honderden verschillende verzamelingen van Pet van de Luijtgaarden, het Centraal Museum, én de bezoekers zelf. Wie een bijzondere verzameling heeft en deze graag eens aan een groot publiek wil laten zien, kan meedoen.

Materialisme en schoonheid
Initiatiefnemer Pet van de Luijtgaarden verzamelt verzamelingen. Hij heeft onder meer 40.000 aanstekers, 600 barbies en 1.500 petten. Met deze tentoonstelling wil hij ons bewust maken van de grote hoeveelheid spullen die we om ons heen hebben en hoezeer we daaraan gehecht zijn. Tegelijkertijd toont hij de intrinsieke schoonheid van al die door mensen bedachte en ontworpen spullen. We realiseren ons de lasten, maar ook de lusten van voorwerpen die we zelfs verheffen tot kunstwerken.

Verzameling Centraal Museum
Het Centraal Museum, zelf een verzamelaar, neemt deel aan Gullivers Verzamelingen. Er wordt onder meer een selectie kasten en keramiek getoond, in het kader van het project Collect & Connect. Doel van dit project is om één van de basistaken van het museum - het doen van onderzoek naar de collectie – zichtbaar te maken voor het publiek, zowel online als door middel van verschillende presentaties in en buiten het museum. De collectie 20ste- en 21ste-eeuwse toegepaste kunst en vormgeving vormt het onderzoeksterrein. Deze collectie bestaat uit ca. 3.000 voorwerpen waaronder belangrijke deelcollecties als Droog Design, Rietveld en Utrechts aardewerk.

Dropstuff
Door de Gulliver-installatie heen bewegen kleine robotjes die door middel van een cameraatje de verzamelreus van binnenuit laten zien op het netwerk van openbare LED-schermen van DROPSTUFF. Deze schermen staan gedurende de tentoonstellingsperiode in Utrecht, Amersfoort, Eindhoven, Den Haag, Breda en op Schiphol. Die robotjes zijn door bezoekers van de tentoonstelling via smartphones aan te sturen. Ook wie voor een DROPSTUFF-scherm staat, kan een robot in beweging brengen. Op deze manier kan heel Nederland de tentoonstelling ontdekken en meebeleven.