In november 1952 werd in Middelburg de eerste Start-tentoonstelling geopend. Werk van jonge Nederlandse beeldende kunstenaars werd in plaatsen buiten de Randstad geëxposeerd. Het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen organiseerde deze tentoonstellingen en kwam rond 1960 met een subsidieregeling waardoor particulieren werden gestimuleerd om werk van levende Nederlandse kunstenaars aan te kopen. Het succes van deze regeling stemde "(...) uiteraard tot heugenis", zo schreef het hoofd van de afdeling Kunsten van het ministerie.

De Start-tentoonstellingen deden tweemaal Utrecht aan: in 1956 en in 1961. Bij de tweede tentoonstelling was onder meer werk te zien van Arthur Spronken (1930), Paul Kingma (1931), Herman Berserik (1921-2002), Theo Niermeijer (1940-2005), Kees Franse (1924-1982), Theo Mooyman (1938-1991) en Rudi Bierman (1922-1972).

Bij de opening van de tentoonstelling in het Centraal Museum sprak de Utrechtse wethouder voor culturele zaken, Hendrik van der Vlist, er zijn bevreemding over uit dat wel veel Amsterdamse en Haagse, maar geen Utrechtse jonge beeldende kunstenaars vertegenwoordigd waren op de expositie. Indertijd was het waarschijnlijk vanzelfsprekender dat er nauwelijks werk van vrouwelijke kunstenaars te zien was.

Documentatie

  • Start : tentoonstellingen werken van jonge nederlandse kunstenaars, [ten geleide J. Hulsker], Centraal Museum (Utrecht, 1961)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!