Hoe meet je de impact van een museum?
Duurzaamheid gaat over veel meer dan CO2. Een recente assessment door Bee-Improve laat zien waar het museum al impact maakt en waar nog werk ligt.


Duurzaamheid gaat over meer dan energieverbruik, afvalstromen of CO2-uitstoot. Juist omdat het onderwerp zo breed is, is het voor organisaties vaak lastig om goed te zien waar hun impact precies zit. Waar maak je echt een positief verschil? Waar wringt het? En hoe weeg je keuzes die nooit helemaal zwart-wit zijn?
Recente tentoonstellingen als Getekend, de Natuur laten zien dat onze relatie met de natuur voortdurend in beweging is. Die veranderende relatie raakt niet alleen wat er in het museum te zien is, maar ook hoe het museum zijn eigen rol daarin begrijpt.
Om daar meer inzicht in te krijgen, werkte het Centraal Museum samen met Bee-Improve aan een duurzaamheidsassessment. Die meting laat zien waar het museum al positieve impact heeft, maar ook waar spanningen en dilemma’s zitten. Het resultaat is geen eindoordeel, maar een manier om bewuster keuzes te maken, eerlijker te communiceren en duurzame ambities verder aan te scherpen.
Dirk de Jong van Bee-Improve vertelt waarom impact begint met inzicht, waarom vergelijken met anderen weinig zin heeft en waarom juist een museum op heel veel verschillende vlakken invloed heeft.

Impact begint met inzicht
Voor Dirk is impact in de kern simpel: “Impact is invloed en begint met inzicht,” zegt hij. “Groeien op duurzaamheid start met weten waar je staat en wat je al doet. Dat is vaak al meer dan je denkt. Motivatie groeit juist wanneer je ziet dat je al iets goed doet.”
Dat positieve vertrekpunt is volgens hem essentieel. Veel organisaties benaderen duurzaamheid alsof ze helemaal opnieuw moeten beginnen, terwijl er in de praktijk vaak al van alles gebeurt. “Vanuit het idee dat je er al mee bezig bent, is het makkelijker om de volgende stap te maken. In plaats van vanuit niks beginnen.”
Geen lijstje om af te vinken
Het assessment van Bee-Improve is een self-assessment: organisaties beoordelen zichzelf, begeleid door een duurzaamheidsadviseur. De vragen zijn gebaseerd op de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Per thema worden de positieve en negatieve vormen van impact van de organisatie in kaart gebracht, en op een vijfpuntsschaal beoordeeld op hoe groot die impact is.
Belangrijk daarbij is dat het niet draait om een ranglijst of benchmark. “Het assessment draait om zelfreflectie – “een eerlijk en kloppend beeld” en is niet gedefinieerd op basis van vergelijking met anderen,” zegt Dirk. En dat is bewust. “Impact wordt heel erg bepaald door het type organisatie. Reduceren van CO₂ is voor een transportbedrijf bijvoorbeeld makkelijker dan voor een museum. Focus op CO2 is daarom niet voor beide soorten organisaties even impactvol.” Volgens hem gaat het er niet om hoe je scoort ten opzichte van anderen, maar of je bereid bent je eigen organisatie in de spiegel aan te kijken.
Wereldwijd referentiekader voor duurzaamheid
Bee‑Improve gebruikt de SDG’s als vertrekpunt voor het assessment. Hoewel de doelen officieel lopen tot 2030, blijven ze op dit moment wereldwijd het meest gebruikte referentiekader voor duurzaamheid. Ze bieden volgens Dirk een gedeelde taal waarmee landen, organisaties, bedrijven en gemeenschappen hun impact kunnen duiden.
Impact op veel fronten
Voor Bee-Improve was het Centraal Museum een bijzonder traject: het was het eerste museum waarvoor zij, na ruim 250 assessments bij allerlei soorten organisaties, een meting uitvoerden. “Dat was om te beginnen al heel leuk en interessant,” zegt Dirk. “Wat uniek is aan het museum, is dat het zo’n brede impact heeft. Over veel verschillende gebieden. Van het bevorderen van vreedzame en inclusieve samenlevingen tot het verbeteren van energie-efficiëntie. Dat heb ik niet vaak gezien.”
Een opvallende uitkomst was de hoge positieve impact op SDG 11: duurzame steden en gemeenschappen. Het gratis openstellen van de museumtuin, het faciliteren van gratis busvervoer voor basisscholen via partnerships en het Wijk Centraal programma dragen hier onder andere positief aan bij.
Dirk noemt daarnaast het plantaardige aanbod in het museumcafé dat positief bijdraagt aan SDG 2 en het inkoopbeleid van de winkel als concreet voorbeeld waarop het museum op een positieve manier bijdraagt aan SDG 12: verantwoorde consumptie en productie.

De spanning zit in materiaal en mobiliteit
Juist in een museum worden duurzame keuzes zelden zwart-wit gemaakt. Een van de grootste spanningen die uit het assessment naar voren kwam, zit in de manier waarop tentoonstellingen worden gemaakt. “Constant wisselende tentoonstellingen vragen om nieuw materiaal en dat doet een groot beroep op circulariteit,” zegt Dirk. “Daar zit de grootste negatieve impact: bij SDG 12, verantwoordeconsumptie en productie. Veel materiaal is moeilijk recyclebaar in de manier waarop het nu wordt ingezet.” De kernvraag is volgens hem daarom: hoe ontwerp je tentoonstellingen zo dat onderdelen opnieuw gebruikt kunnen worden?
Een tweede spanningsveld zit in mobiliteit. Musea opereren internationaal: voor bruiklenen, kennisuitwisseling, onderzoek en netwerken wordt veel gereisd. “Hiervoor maakt het museum veel vliegbewegingen,” zegt Dirk. “Dat is vergelijkbaar met het wetenschapsveld. Het ironische is: ‘om duurzaamheid te bevorderen en kennis te delen, reizen sommige mensen de hele wereld over.’”
Ook de collectie van het museum reist flink wat af. Maar waar er vroeger altijd een fysieke koerier met een kunstwerk mee reisde, gaat de begeleiding tegenwoordig vaker digitaal, met conditiechecks op afstand.
Duurzaamheid gaat volgens Dirk niet over simpelweg niks meer doen, maar over afwegen. “Het woord balans is daarin superbelangrijk. En context: waarom je een bepaalde keuze maakt, in welke situatie, met wie.”
Hoe betrouwbaar is zo’n assessment?
Een van de vragen die Dirk het vaakst krijgt, is hoe betrouwbaar een self-assessment eigenlijk is. Zijn antwoord is opvallend: organisaties blijken hun eigen impact eerder te klein dan te groot in te schatten. “Wat mij opvalt is dat mensen hun eigen impact vaak heel voorzichtig inschatten,” zegt hij. “We zien dat we mensen juist moeten uitdagen om de impact groter te accepteren, eerder dan kleiner. Er wordt niet vaak overdreven.” Dat geldt volgens hem ook voor het museum.
Dat betekent niet dat impact meten eenvoudig is. Integendeel. Vooral het zichtbaar maken van wat je juist níét doet, blijft lastig. Dirk geeft een voorbeeld: een organisatie die niet meedoet aan Black Friday voorkomt mogelijk negatieve impact, maar hoe bereken je die besparing precies? “Wat is dan de impact van het niet doen van die campagne? Hoe ga je dat becijferen?” vraagt hij zich af. Juist dat maakt duurzaamheidsdenken complex. “Duurzaamheid betekent niet: niks doen wat het milieu aantast, maar: wat wegen we?”

Geen eindpunt, maar een opening
Voor het Centraal Museum is het assessment geen eindpunt, maar een opening voor gesprek en vervolgstappen. Volgens Dirk ligt de volgende stap niet alleen in het verder verzamelen van data, maar vooral in het gesprek dat daaruit voortkomt. “Het assessment is een begin: dit is hoe jullie als museum jullie impact zien,” zegt hij. “Een vervolg kan zijn om dat intern en extern te toetsen: hoe kijk je als bezoeker of medewerker hiernaar?” Daarmee wordt de meting vooral een uitnodiging. Niet om een sluitend oordeel te vellen, maar om met elkaar scherper te krijgen wat duurzaamheid in de praktijk betekent. “Gebruik het assessment om met elkaar in gesprek te gaan over wat dan eigenlijk goed is.”
Dat is misschien wel de belangrijkste opbrengst van het onderzoek: dat het museum niet alleen beter ziet waar het staat, maar ook in de toekomst beter kan uitleggen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. “Het assessment met de kennis van nu helpt ook om later uit te leggen waarom je gedaan hebt wat je deed.” En misschien is dat precies waar duurzame ontwikkeling om draait: niet om perfectie, maar bij eerlijk kijken, afwegen en steeds opnieuw de volgende stap zetten.
Info over tentoonstellingen in jouw mail?
Blijf op de hoogte van wat er binnen én buiten de muren van ons museum gebeurt. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang één keer per maand een e-mail.





