Op 21 januari 1927 overleed de schilder Floris Verster; hij verdronk in de vijver van zijn landgoed Groenoord bij Leiden. Hij was toen 65 jaar. Vier weken later herdacht het Centraal Museum hem met een tentoonstelling waarop een zeventigtal schilderijen te zien waren, de meeste uit het bezit van Utrechtse particulieren.

Het Utrechtsch Nieuwsblad van 19 februari 1927 schreef over het werk van Verster: "Een lust voor het oog zijn de kleine fijne bloemstukjes die van spontane lente-vreugde getuigen. Trouwens gansch het werk van Verster doet aanstonds gelooven in de blijmoedigheid, waarmede deze schilder de natuur en het leven zag. Zijn diepe levensernst echter maakte het hem evenwel onmogelijk daarbij ook maar een enkel detail te verwaarloozen, waardoor zijn werk een waarachtigheid verkreeg die aan de nobele bedoeling, het werkelijke wezen der dingen weer te geven, geen moment doet twijfelen." Ook zijn portretten werden geroemd. In de catalogus van de tentoonstelling komt ook een zelfportret uit 1921 voor, dat in 1926 was aangekocht door het Centraal Museum. Vermoedelijk gaat het om het schilderij dat in 1949 is verkocht aan Museum de Lakenhal in Leiden en daar tot de vaste collectie behoort.

De tentoonstelling trok "een buitengewoon druk bezoek", werd in het jaarverslag 1928 van het museum gememoreerd.

Locatie

Centraal Museum/Utrechtsche Museumvereeniging voor hedendaagsche kunst

Documentatie

  • Tentoonstelling van werken door Floris Verster uit Utrechtsch bezit in het Centraal Museum, Centraal Museum/Utrechtsche Museumvereeniging voor hedendaagsche kunst (Utrecht, 1927) ([6 p.])

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!