In 1958 werd architect Gerrit Rietveld 70 jaar. Een jubileumtentoonstelling toonde de ontwikkeling van zijn werk vanaf de tijd dat hij zijn eerste lessen bij architect Klaarhamer ging volgen (1904).

Uit de tentoonstellingscatalogus: "Het was in 1900 reeds onbevredigend oude vormen te imiteren, verbeteren kon men ze niet, integendeel. Verder was er de drang om de eigen tijd een eigen gezicht te geven, doch men kan nu in 1958 niet begrijpen hoe moeilijk het was een neutrale grondvorm te tekenen (zonder een bepaald soort bekroning of basement). Zelfs Berlage verviel in grondvormen der oudchristelijke bouwkunst. Tientallen jaren waren nodig om van de hiërarchie der in de traditie van de oude stijlen persoonlijk geïnterpreteerde grondvormen te komen tot een helder begrip voor groepering van gelijkwaardige delen.

De weerstand hiertegen kwam werkelijk niet alleen van buitenaf; eigen sleurbegrippen en onvermogen belemmerden de ontwikkeling evenzeer. Het gebruik van nieuwe technieken moest worden aangeleerd, maar nog meer die van oude afgeleerd. De machine, die het welstandspeil van de massa moest verhogen, werd misbruikt om het handwerk te beconcurreren en te imiteren. De vele geleidelijke overgangen, die nodig waren op de weg van het oude naar het nieuwe, zijn voor een groot deel in Nederland uitgewerkt, vandaar dat de Nederlandse bouwkunst jarenlang leidinggevend is geweest."

De expositie trok sterk de aandacht in binnen- en buitenland. Er kwam ruim 9.000 bezoekers op af, circa 55% van het totaal aantal bezoekers in 1958. Op 22 juli hield Rietveld een lezing over zijn eigen werk. De toeloop was zo groot dat er een herhaling kwam op 5 augustus. Een deel van de aanwezigen werd in de kapel opgevangen, waar ze "(...) de rede door een geluidsversterker uitstekend konden volgen," aldus het jaarverslag 1958.

De opening van de Rietveld-tentoonstelling werd verricht door de minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, ir. H. B. J. Witte. Omdat hij naam had gemaakt als welbespraakt magistraat, vermeldden de meeste kranten dat hij zijn openingsrede had voorgelezen. "Bij het spreken over woningbouw zegt men soms dingen, die aanstoot kunnen geven en die soms anders uitgelegd worden dan de bedoeling is. En waar het hier de architectuur betreft, wil ik nog voorzichtiger zijn dan anders," aldus de minister.

Documentatie

  • Rietveld, Centraal Museum (Utrecht, 1958)
  • Rietveld-tentoonstelling : bijdrage tot de vernieuwing der bouwkunst, [werkcomité J.B. Bakema ... et al.], Centraal Museum ([1958]) (8 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!