"Daar kan je toch niet op zitten" is misschien wel het meest gehoorde commentaar op de beroemde rood-blauwe leenstoel van Gerrit Rietveld (1888-1964). Hoewel Rietveld van huis uit meubelmaker was, hij begon op 12-jarige leeftijd als leerjongen in de werkplaats van zijn vader, beschouwde hij het ontwepen van een stoel in de eerste plaats als een vormprobleem, waarbij de ruimtelijke werking vana het object centraal staat. Zijn eigen benadering heeft er zeker toe geleid dat zijn meubelen in de loop der tijd steeds meer als zelfstandige kunstwerken gepresenteerd zijn, los van hun functionele context.

Bij zijn vader leerde hij het traditionele ambacht en maakte hij meubelen in de trant van de negentiende-eeuwse neo-stijlen. Om zich in een meer artistieke richting te kunnen ontwikkelen schreef hij zich in bij de Stedelijke Avondschool voor Kunstindustrieel Onderwijs en volgde hij een avondcursus bouwkundig tekenen en meubelontwerpen bij de architect P.J.C. Klaarhamer. Zo kwam hij in contact met allerlei nieuwe ideeën op het terrein van de toegepaste kunst. Vooral de opvattingen over eerlijk materiaalgebruik, zichtbare contructies en eenvoudige vormen, die o.a. door Berlage gepropageerd werden, spraken hem aan.

In 1917 kreeg Rietveld een eigen werkplaats aan de Adriaan van Ostadelaan in Utrecht. Hier zette hij zijn experimenten voort. Zo is bij de rood-blauwe leunstoel het meubel gereduceerd tot een aantal zelfstandige onderdelen die door hun plaatsing ten opzichte van elkaar een ruimtelijk object creëren met een open structuur. Het oorspronkelijke ontwerp was ongekleurd en had afgeschuinde zijschotten. De toepassing van de kleuren rood, geel, blauw en zwart dateert vermoedelijk uit 1924 of 1925. Het schilderen van huiskamermeubelen was in die tijd niet gebruikelijk. De manier waarop Rietveld de kleuren aanbracht, volgde de lijn van het hele ontwerp. Door de kleur wordt de zelfstandigheid van de delen nog meer benadrukt en is de stoel in de eerste plaats een ruimtelijke compositie met kleuren en vlakken geworden.

Maar Rietveld heeft ook meubelen ontworpen met de gebruiksfunctie voorop. Het waren juist de opdrachten ene aankopen uit zijn directe vrienden- en kennissenkring die Rietveld de gelegenheid gaven zijn experimenten voort te zetten en uit te voeren.

Op de tentoonstelling 'Rietveld als meubelmaker 1900-1924' die in 1983 in het Centraal Museum is gehouden, kwamen Rietvelds ambachtelijkheid en rol als ontwerper aan bod, maar ook zijn betekenis als inspirator bij beeldend kunstenaars als Uiterwaal, Van Leusden, Van Ravesteyn en Maas. De tentoonstelling was mede tot stand gekomen in samenwerking met een werkgroep Vakdidactiek van de Vrije Universiteit van Amsterdam onder leiding vana drs. S. J. Konijn en drs. E. de Jong.

Documentatie

  • Rietveld als meubelmaker : wonen met experimenten 1900-1924, [voorw. Adeline M. Janssens ; tekst Marijke Küper], Centraal Museum (Utrecht, 1983) (24 p.)
  • Rietveld als meubelmaker : wonen met experimenten 1900-1924 [fotokopie], [I. van Zijl], Centraal Museum (Utrecht, 1983) ([4] p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!