In 1982 werd voor het eerst een zilveren vijftigguldenmuntstuk uitgegeven. Het was een herdenkingsmunt ter gelegenheid van 200 jaar diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten van Amerika. De uitgaven die volgden, waren in 1984 (400ste sterfdag van Willem van Oranje), 1987 (vijftigjarig huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard) en 1988 (300 jaar na de Glorious Revolution). De commissies die de de uitgiften begeleidden, waren gestuit op het probleem dat de techniek van het ontwerpen van munten en penningen slechts bekend is bij een beperkt aantal, al langer werkzame kunstenaars. Daarom werden stappen gezet om de discipline van het muntenontwerpen onder de aandacht van jonge kunstenaars te brengen. In opdracht van het ministerie van Financiën zette de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam het project 'Munt en Beeldende Kunst' op.

Deelnemer waren Tiong Ang (1961), Onno Boekhoudt (1944), Adam Colton (1957), Linda van Deursen (1961) en Armand Mevis (1963), Ellert Haitjema (1958) en Roberto Ruggiu (1953). Zij kregen de opdracht om een munt te ontwerpen naar aanleiding van de 100ste sterfdag van Gerrit Rietveld in 1988.

De resultaten van het project waren, tezamen met ander werk van de deelnemende kunstenaars, van 20 oktober tot en met 27 november 1988 te zien op een tentoonstelling in het Centraal Museum.

Documentatie

  • Munt en beeldende kunst, red. Selma Klein Essink, Janwillem Schrofer, Rijksakademie van Beeldende Kunsten (Amsterdam, 1988) (56 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!