"De Canadese kunst is tegenwoordig niet meer zo nauw verbonden met de natuur van het land als vroeger. De wijde einders der noordelijke bosgebieden, de meren met dennen en pijnbomen omzoomd en de steile rotsachtige oevers, die 30 of 40 jaar geleden zo sterk op de verbeeldingskracht van de nationalistische ‘Group of Seven’ hebben gewerkt, zijn thans in veel minder mate de voornaamste bron van inspiratie der Canadese kunst. Naarmate de schilder rijpt, treedt zijn kunst van een objectieve in een subjectieve faze; het persoonlijke, het bij uitstek eigene, de introspectie nemen de overhand. (…) Deze kunst, die nog in een stadium van ontluiking verkeert, heeft nog geen definitief gezicht. Sedert de oorlog ontbreken vaste richtlijnen." Aldus Donald W. Buchanan in de catalogus die verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling Moderne Canadese schilderkunst in het Centraal Museum.

In de Canadese kunst van na de Tweede Wereldoorlog was geen onverhuld naturalisme te zien, geen surrealisme, geen maatschappelijk realisme, geen gemeenschappelijke theorie aangaande het abstracte in de kunst. Tegenover het vroegere gedachteloze cultureel nationalisme geen zuiver Canadese stijl: kan men die nog wel scheppen in deze wereld van verandering? Desondanks zag Buchanan vooral bij de Frans-Canadese kunstenaars een diepgaande beïnvloeding "(...) door de onbegrensde intellectuele vrijheid, die velen van hen leerden kennen in het hedendaagse Frankrijk, waar zij studeerden. Tegelijkertijd hadden de waaghalzige experimenten van de Parijse school een stimulerende uitwerking op hen. In de vesting van hun overgeërfde behoudzucht is een bres geslagen."

Er waren werken te zien van B.C. Binning (1909-1976), de enige die zich bij de Canadian Group of Painters had aangesloten, Paul-Émile Borduas (1905-1960), Jean-Paul Mousseau (1927–1991) en Jean-Paul Riopelle (1923-2002) die gedrieën in de groep der Automatisten werkten, Alex Colville (1920-2013), Jean-Philippe Dallaire (1916-1965), met zes doeken vertegenwoordigd, Jean Paul Lemieux (1904-1990), Kenneth Lochhead (1926-2006), Alfred Pellan (1906-1988), Goodridge Roberts (1904–1974), William Ronald (1926-1998), Jack Shadbolt (1909-1998), Harold Town (1924-1990) en Takao Tanabe (1926), de enige exposant die anno juni 2014 nog leefde.

De tentoonstelling was van 7 november tot 7 december 1958 in Utrecht te zien; daarna verhuisde ze naar het Groninger Museum.

Locatie

Groninger Museum

Documentatie

  • Moderne Canadese schilderkunst, [tekst naar Donald W. Buchanan], Centraal Museum (Utrecht, [1958]) (12 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!