In het midden van de jaren tachtig van de zeventiende eeuw werd in Utrecht een Senaatskamer voor de Academie (de latere Universiteit) ingericht. De rector magnificus kwam met het voorstel om die zaal stijlvol aan te kleden met portretten van hoogleraren. Van de levende professoren werd een beeltenis vervaardigd, en bij de nabestaanden van de overleden hoogleraren werd aangedrongen op het afstaan van een portret.

Utrecht was zeker niet de eerste universiteit met een portrettengalerij. Bij de Leidse Academie, gesticht in 1575, werd al vanaf 1596 een collectie portretten aangelegd, gevolgd door Franeker en Groningen. Verder kent de Universiteit van Amsterdam een historische collectie van 'knappe koppen'.

Uit deze vijf verzamelingen, die meer dan 1000 portretten (schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen en dergelijke) bevat, heeft het Centraal Museum in 1991 een selectie tentoongesteld. Tegelijkertijd werd in het naburige Universiteitsmuseum aandacht besteed aan zes Nederlandse hoogleraren die ieder op hun gebied grensverleggend onderzoek hebben gedaan.

De tentoonstelling waren tot stand gekomen met bijdragen van het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de universiteiten van Leiden, Groningen, Utrecht en Amsterdam, het K.F. Hein Fonds, de Amsterdamse Universiteitsvereniging en het Leids Universiteits-Fonds.

De expositie was vormgegeven door Jos Stoopman van stoopmanvos, bureau voor grafisch en ruimtelijk ontwerp te Rotterdam.

Vormgever

Jos Stoopman

Documentatie

  • [Werkexemplaar Knappe koppen] ([...] p.)
  • Knappe koppen : vier eeuwen Nederlands professorenportret, R.E.O. Ekkart ... [et al.], Centraal Museum, Universiteitsmuseum, De Walburg Pers (Zutphen) (112 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!