In 2011 begon Joyce Vlaming aan haar project, waarin ze op secure wijze zwarte ‘bijfiguren’ in historische 17de- en 18de-eeuwse schilderijen portretteert. Deze jongens (en soms ook meisjes) staan afgebeeld op de portretten van de beau monde van Nederland, in een periode waarin slavernij nog bestaat. Lang is gedacht dat deze bijfiguren fictief waren, maar uit onderzoek blijkt dat steeds meer geportretteerden wel degelijk hebben bestaan.

Vlaming selecteert voor deze tentoonstelling twaalf schilderijen uit verschillende particuliere en museale collecties in Nederland, waaronder ook de collectie van het Centraal Museum. Door middel van fotografie verwisselt ze de hoofd- en bijrol in het portret en laat ze ons opnieuw naar een schilderij kijken. Ook probeert ze zoveel mogelijk persoonsgegevens van de geportretteerden te verzamelen. Twaalf anonieme personen krijgen zo beetje voor beetje hun geschiedenis terug. De portretten zijn te zien naast beelden van de originele werken in hun context.

JOYCE VLAMING UITNODIGING.jpg

De titel Act II, 12 Portraits is op meerdere manieren te interpreteren. Zo verwijst het naar het tweede deel van een script. Doorgaans bestaat een script uit drie aktes of bedrijven, waarbij in de eerste akte de situatie wordt geschetst, in het tweede deel de confrontatie plaatsvindt en in het derde deel de ontknoping. Daarnaast refereert de titel ook aan het eigen handelen van Vlaming als tweede gebruiker van het beeld. Vlaming presenteerde een deel van haar onderzoek al eerder in Huize Frankendael onder de titel Iridescence.

De tentoonstelling Joyce Vlaming: Act II, 12 Portraits is van 16 februari tot en met 30 juni 2019 te zien.