In 1954 werd in het Centraal Museum een tentoonstelling over Joegoslavische middeleeuwse fresco's gehouden. Marius van Beek, de kunstcriticus van het toenmalige dagblad De Tijd, schreef op 9 januari 1954 over deze tentoonstelling:

"Het Centraal Museum te Utrecht heeft ons vergast op een merkwaardige tentoonstelling: replieken, of copieën zo men wil, van fresco's uit middeleeuwse Joegoslavische kerken en basilieken. Men moet wel enige bewondering hebben voor dr. Elisabeth Houtzager, de directrice van het museum, die deze tentoonstelling in de stad, waar men zelden musea bezoekt, aandurfde. Zij heeft de laatste jaren, sinds zij de scepter zwaait in het Centraal Museum, reeds veel initiatief betoond. Zowel de caravagisten, als de architectuur-schilders vormden belangrijke exposities en zo juist heeft zij de heer Chateaubriand zijn collectie impressionisten uit het museum van Sao Paolo in Brazilië voor enige weken afhandig gemaakt. Over de waarde der copieën uit Joegoslavië kan men van mening verschillen. Deze copieën zijn na de oorlog op instigatie van de regering door Parijse en Joegoslavische artisten gemaakt in kleinere en grotere kerken, die alle in nogal deplorabele toestand verkeerden. Bij de restauraties trof men onder de kalk - die de Turken indertijd, toen zij de kerken tot moskeeën omvormden, in ruime mate gehanteerd hebben - uitstekend geconserveerde fresco's aan. Deze fresco's waren van een dusdanige kwaliteit, dat men ze nog eens extra wilde documenteren. Zo ontstonden de copieën, die voor het eerst in 1950 te Parijs geëxposeerd werden in Palais Chaillot en daar groot opzien baarden. Ze zijn uiterst nauwkeurig en op ware grootte vervaardigd en zelfs de beschadigingen en verminkingen heeft men mee-gecopieerd. Toch steunt de waarde van deze replieken louter op de curiositeit en de onbekendheid van het onderwerp. Men is er zo weinig vertrouwd mee en men vindt de schilderingen zo exotisch en verrassend, dat men met de copieën direct genoegen neemt. Wanneer men echter om een voorbeeld te noemen de schilderijen van Velasques en van Goya uit het Prado in ons land wil laten zien en het museum wilde niets uitlenen, dan zou men toch niet behoeven aan te komen met een tentoonstelling van copieën, hoe goed ze dan ook mochten zijn. Hetzelfde geldt voor de Rembrandts uit l'Hermitage te Leningrad of voor de beelden uit het Oude Rijk te Cairo."

En fresco’s behoort men te zien in de kleine halduistere kerkjes met de albasten ruiten; in de geheiligde sfeer, waarin ze ontstaan zijn en waarvoor ze gemaakt zijn, betoogde Van Beek. Toch erkende hij dat iets van de kracht van de schilderingen bewaard was gebleven. Hij was dan ook "zeer onder de indruk".

Bij de productie van de catalogus van de tentoonstelling werd men geconfronteerd met het probleem dat er indertijd nog geen mat kunstdrukpapier kon worden geïmporteerd. Daardoor waren de afbeeldingen "(...) van de vanzelfsprekend in matte tonen geschilderde fresco's wellicht iets te glanzend geworden, daar noodgedwongen van glimmend papier moest worden gebruik gemaakt," aldus een waarschuwing in de catalogus.

De tentoonstelling trok 5.559 bezoekers, waaronder de burgemeester van Amsterdam. Er werden 17 rondleiding gehouden met een totale deelname van 344 personen.

Documentatie

  • Catalogus Joegoslavische middeleeuwse fresco's (copieën) : catalogus, [voorrede M. Elisabeth Houtzager ; inl. tot de geëxposeerde fresco's Milan Kašanin], Centraal Museum (Utrecht, 1954) (55 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!