Frans de Geetere (Oudergem, België 1895 - Parijs 1968 ) raakte in 1914 als vluchteling/dienstweigeraar in Utrecht verzeild. Belangrijk voor zijn beginnend kunstenaarsschap waren de contacten met de avant-gardistische Utrechtse kunstenaars Janus de Winter en Erich Wichman en de kunstverzamelaar P.A. Regnault, maar ook een bijbaantje als nachtwaker in de psychiatrische inrichting het Willem Arntz-huis was van grote invloed.

In 1920 vertrok De Geetere naar Parijs, waar hij de rest van zijn leven op een woonboot aan de kade van de Seine woonde en werkte. De Geetere werd vooral bekend door de meer dan zeventig surrealistische illustraties voor het boek Les Chants de Maldoror uit 1927, een epos uit 1869 van de Comte de Lautréamont (pseudoniem van Isidore Ducasse, 1846-1870) . Deze fascinerende serie en een aantal vroege werken uit de Utrechtse periode werden van 13 oktober 2006 t/m 7 januari 2007 in het Centraal Museum tentoongesteld.

De expositie was samengesteld door Jan Juffermans (1944-2011), kunstcriticus en kunsthandelaar en schrijver van het boek ´Met stille trom´ over de Utrechtse kunstenaars van de 20ste eeuw. Zijn boek ´Frans de Geetere – een opvallende passant in de Utrechtse kunstwereld´ werd bij de opening van de expositie gepresenteerd.

Documentatie

  • Frans De Geetere : een opvallende passant in de Utrechtse kunstwereld, Jan Juffermans, Stichting Stichtse Publicaties Kunst en Kultuur ([Utrecht], 2006) (87 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!