Vier pottenbakkers, Jan van Ham, Koen Mertens, Cees van Muyen en Eelke Snel, leerden elkaar in de aardewerkfabriek St. Lukas te Utrecht kennen. In mei 1920 richtten zij een eigen werkplaats op, Pottenbakkerij De Vier Paddenstoelen.

Het gezamenlijk ideaal dat ze koesterden, was het maken van eenvoudig maar goed vormgegeven aardewerk dat voor iedereen betaalbaar moest zijn. Ze sloten hiermee aan bij nieuwe ideeën in alle takken van de kunstnijverheid, die in de voorgaande jaren in vooruitstrevende kringen hadden postgevat.

Na een half jaar verhuisden Mertens en Snel naar Velsen, waarna Van Ham en Van Muyen nog bleven samenwerken tot de zomer van 1923. Vervolgens vertrok ook Van Muyen en richtte De Duinvoet in Loosduinen op. Tot 1942 zette Van Ham De Vier Paddenstoelen alleen voort.

Het aardewerk uit de eerste jaren was stevig en eenvoudig van vorm. Over roodbakkende klei kwam een lichte basisglazuur, waarop soms een decoratie van lijnen en vlakjes in heldere kleuren werd aangebracht: geel, paars, groen, blauw en oranje. In deze decoratie was een zekere verwantschap te bespeuren met toenmalige abstracte stromingen in de beeldende kunst. Tijdgenoten reageerden positief op dit nieuwe aardewerk.

Na het vertrek van Van Muyen veranderde het aardewerk van De Vier Paddenstoelen van karakter. Gaandeweg verdween de decoratie met banen en blokjes om plaats te maken voor gekleurde spiralen of gestileerde voorstellingen vana landschapjes, vogels of vissen, die doorgaans de vorm van het aardewerk volgden.

In de loop van de jaren 30 verschoof het accent van de productie van gedecoreerde borden naar vazen met nieuwe bol-, cylinder- en trechtervormen, op de schijf gedraaid en in één kleur geglazuurd.

Het werk van de vier keramisten was in 1980 te zien op een tentoonstelling in het Centraal Museum. Ook servies van ontwerper Piet Zwart uit de collectie van het museum werd tentoongesteld.

Documentatie

  • [Vier Paddestoelen en hun sporen : vier keramisten uit de jaren twintig en dertig], met teksten van P. Schipper ... et al.], Nederlandse vereniging van vrienden van de ceramiek (Amsterdam, 1980) (107 p.)
  • Vier aardewerkfabrieken uit de jaren '20, I. van Zijl
  • De vier paddenstoelen en hun sporen : vier keramisten uit de jaren twintig en dertig, Centraal Museum (Utrecht, 1980) (4 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!