Andor Weiniger (Karancs, Hongarije, 1899 - New York, VS, 1986) voelde zich sterk aangetrokken tot de abstracte beeldtaal van De Stijl en volgde als Bauhausstudent in 1922 de Stijlcursus van Theo van Doesburg. In zijn tekeningen en schilderijen en in ontwerpen voor poppentheater verwerkte hij de esthetiek van De Stijl.
In de periode van het Bauhaus in Dessau werd hij een naaste medewerker van Oscar Schlemmer. In 1938 ontvluchtten hij en zijn vrouw zoals veel avant-gardistische kunstenaars nazi-Duitsland en kwamen ze in Nederland terecht. Tot 1951 woonden ze in Scheveningen en Amsterdam.
Weiniger werd een van de dragers van de naoorlogse geometrische abstracte kunst in Nederland, maar ook zijn belangstelling voor meer realistische en magisch-realistische tendensen is in zijn werk uit zijn Nederlandse periode herkenbaar.
In 1951 vertrok hij naar Canada, en acht jaar later naar New York, waar hij overleed.

Nadat zijn weduwe Eva Weiniger-Fermbach had besloten om het werk van haar man onder te brengen bij musea in Duitsland, Nederland, Hongarije, Canada en de Verenigde Staten, ontving het Centraal Museum een gift van 120 beelden, schilderijen, tekeningen en schetsboekjes. Met financiële steun van de Andor Weiniger Foundation werd de donatie geconserveerd en geregistreerd en gedocumenteerd in de publicatie Andor Weiniger en Nederland 1938-1951 (Utrecht, 2002) van de hand van Sjarel Ex en Jonneke Fritz-Jobse.
Circa zeventig voorwerpen uit de collectie werden in de periode 5 mei 2002 t/m 16 maart 2003 tentoongesteld in het Centraal Museum.

Documentatie

  • Andor Weininger en Nederland 1938-1951 = Andor Weininger and the Netherlands 1938-1951, [voorw. en intervieuw Sjarel Ex. essay Jonneke Fritz-Jobse. cat. Natalie Kamphuys]. Sj. Ex, J. Fritz-Jobse, Centraal Museum (Utrecht, 2002) (131 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!