Begin 1950 werden 107 objecten uit de collectie van het Kröller-Müller-museum geëxposeerd in het Centraal Museum.
"De verzameling van het Rijksmuseum Kröller-Müller is samengesteld met een ideële opzet nl. het bevorderen van de tendens naar objectivering en vergeestelijking van de beeldende kunst, een neiging, die zich als reactie op het impressionisme manifesteerde in cubisme en abstracte kunst." (uit de toelichting op de tentoonstelling)

Uitgeleend waren schilderijen (Bram van der Leck, Theo van Rijsselberghe, Isaac Israëls en anderen), tekeningen (onder meer van Jan Toorop en Johan Thorn Pricker), beeldhouwwerken (voornamelijk van Joseph Mendes da Costa, John Rädecker en Lambertus Zijl) en enkele keramische objecten.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling schreef het Utrechts Nieuwsblad van 4 februari 1950 over deze kunstenaars: "Hun kunst is die van de in zijn onderwerp verlorene, de aandachtige, die niets van wat hij innerlijk bezit en wenst uit te drukken, achter houdt."

Documentatie

  • Het Rijksmuseum Kröller-Müller op de Hoge Veluwe exposeeert in het Centraal Museum te Utrecht, Centraal Museum (Utrecht, 1950) ([6] bl.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!