Terwijl - of misschien beter: omdat - eind 1939 de kunstschatten van het Amsterdamse Rijksmuseum waren geëvacueerd, werd de tentoonstelling 'Onze kunst van heden' geopend. Een monstertentoonstelling waarin, verdeeld over 74 zalen, bijna 3200 inzendingen van 902 deelnemers te zien waren. Zou het de bezoeker lukken om 40 voorwerpen per uur te bekijken, en uitgaande van de toen gebruikelijke openingstijden, had hij of zij ruim 13 dagen nodig om al het getoonde af te lopen. "Haar omvang dwingt tot oppervlakkigheid" kopte De Telegraaf. "Een enkel kabinet deed even aan een bazar denken" schreef het Utrechtsch Dagblad.

Na sluiting van de tentoonstelling in het Rijksmuseum exposeerden diverse Nederlandse musea een deel van de objecten. Het Centraal Museum had de hand weten te leggen op 146 beeldhouwwerken en tekeningen van 63 kunstenaars. De tentoonstelling trok in een maand ongeveer 900 bezoekers. De kranten reageerden iets enthousiaster: "interessant", "boeiend", "het werk van sommige jongeren blijkt een openbaring", "er gaat een wereld open" schreven ze. Het Utrechtsch Dagblad publiceerde zelfs een serie met drie artikelen over de tentoonstelling.

Dank zij de medewerking van een negental stadgenoten konden vier werken worden aangekocht. Bovendien kreeg het museum een beeldje van de Utrechtse beeldhouwer Willem van Kuilenburg in bruikleen van het Rijk.

Documentatie

  • Beeldhouwwerken en teekeningen van beeldhouwers uit de Amsterdamsche tentoonstelling 'Onze kunst van heden', [voorw. W.C. Schuylenburg], Centraal Museum (Utrecht, 1940) (11 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!