“De wereld is ons speelveld,” zo staat in de missie. “Ik denk dat onze takken tot de hemel kunnen reiken,” vertelt artistiek directeur Bart Rutten. “We vergeten echter nooit de wortels van het museum: Utrecht is de basis.” In lijn met deze visie blijft het museum Utrechtse hedendaagse kunst exposeren. Sinds oktober is de voormalige Van Baarenzaal omgedoopt tot een ruimte exclusief bestemd voor lokale kunstenaars: Utrecht Lokaal. Een eigenzinnige ruimte die de kunstenaar niet alleen voor mogelijkheden, maar ook voor een uitdaging stelt.

In deze blog beschrijft gastauteur Marleen Puyenbroek de recente geschiedenis van tentoonstellingen over Utrechtse kunstenaars in het Centraal Museum. Ze sprak met Bart Rutten en met Eva Spierenburg, die nu exposeert. Ook pluisde ze het tentoonstellingsarchief uit.

IK@CM: IENKE KASTELEIN (13 oktober 2012 – 13 januari 2013).
IK@CM: IENKE KASTELEIN (13 oktober 2012 – 13 januari 2013).

De Nieuw Utrecht Kamers

Met Utrecht Lokaal zet Bart Rutten een jonge traditie voort die zijn voorganger Edwin Jacobs begon. In 2012 opende Jacobs De Nieuw Utrecht Kamers: twee ruimtes op de eerste verdieping van het museum die uitsluitend gebruikt werden voor het tentoonstellen van actueel werk van Utrechtse kunstenaars, vormgevers en ontwerpers. Interdisciplinair kunstenaar Ienke Kastelein beet het spits af. Zij maakte twee voormalige stijlkamers tot habitat van de (lokale) kunstenaar, die daar ondanks fysieke afwezigheid, mentaal aanwezig was.

IK@CM: IENKE KASTELEIN (13 oktober 2012 – 13 januari 2013).
IK@CM: IENKE KASTELEIN (13 oktober 2012 – 13 januari 2013).

Na Kastelein betraden 19 andere kunstenaars De Nieuw Utrecht Kamers. De kamers, in de basis wit en leeg, kregen vele verschijningsvormen. Maarten Baas toonde er tegen zwarte muren het decor van in wit textiel ingepakte meubels dat hij maakte voor het toneelstuk Alsof het voorbij is van Matzer Theaterproductie.

Maarten Baas – Alsof het voorbij is (14 december 2013 – 9 maart 2014).
Maarten Baas – Alsof het voorbij is (14 december 2013 – 9 maart 2014).

Jeroen Hermkens zette in de ruimtes op grijze muren zijn geschilderde naakten in de spotlight.

Jeroen Hermkens (7 juni 2014 – 31 augustus 2014).
Jeroen Hermkens (7 juni 2014 – 31 augustus 2014).

Couzijn van Leeuwen wekte er met een levenloos, veronachtzaamd materiaal als karton zijn eigen verbeelding tot leven. Hij schiep een wereld waar dieren en planten harmonieus samenleven: een pleasure garden.

Couzijn van Leeuwen: Pleasure Garden (11 april 2015 – 21 juni 2015).
Couzijn van Leeuwen: Pleasure Garden (11 april 2015 – 21 juni 2015).

Jelis van Dolderen richtte de kamers in met 40 werken uit de collectie van het museum en 40 eigen stillevens, opgehangen aan een door hemzelf ontworpen raster. Hij transformeerde de kamers tot een schilderkunstige ruimte: je kijkt niet alleen naar schilderkunst, je staat er middenin.

Jelis van Dolderen, Stillevens 40/40 (11 juli 2015 – 30 augustus 2015).
Jelis van Dolderen, Stillevens 40/40 (11 juli 2015 – 30 augustus 2015).

De Nieuw Utrecht Kamers werden in het leven geroepen om de band tussen het Centraal Museum en kunstenaars uit de omgeving te verstevigen en bestendigen. Al snel kwam hier een tweede doel bij: jonge en/of talentvolle lokale kunstenaars de kans geven zich te ontwikkelen en te profileren. De nog door Jacobs geprogrammeerde expositie Onbestaanbaar, levensgrote figuren door Mathieu Klomp was voor Klomp de eerste keer dat hij zijn meer dan levensgrote mensfiguren van plastic in een groot museum kon presenteren. Klomp: “Het is tof dat een museum met een gevestigde naam, er niet alleen is voor gevestigde kunstenaars, maar dat het ook andere kwalitatief goede kunstenaars de kans geeft zich aan die naam op te trekken.”

Onbestaanbaar, levensgrote figuren door Mathieu Klomp (3 juni – 3 september 2017).
Onbestaanbaar, levensgrote figuren door Mathieu Klomp (3 juni – 3 september 2017).

Winnaar van het K.F. Hein-kunststipendium

Aansluitend bij het doel om talentvolle Utrechtse kunstenaars een platform te bieden, waren er in De Nieuw Utrecht Kamers twee vaste programmaonderdelen. Vanaf 2012 exposeerde om de twee jaar de winnaar van het K.F. Hein-kunststipendium in de kamers. Het stipendium, een prijs van het K.F. Heinfonds voor beeldende kunstenaars of ontwerpers uit de provincie ter waarde van 20.000 euro, werd achtereenvolgens gewonnen door Hans Laban, Jeroen van Loon en Britt Dorenbosch.

Beyond Data: Jeroen van Loon – Winnaar K.F. Hein-kunststipendium 2014 (20 december 2015 – 13 maart 2016).

HKU-Talent

Naast de stipendium-winnaar, was ook het HKU-talent van het jaar een vaste aflevering. Vanaf 2014 werd er in de kamers elk najaar werk getoond van recent afgestudeerde kunstenaar of ontwerper van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. De eer viel als eerst te beurt aan de jonge modeontwerpster Saba Tark met haar eindexamenproject geïnspireerd door kleding en stoffen van nomadenvolken: Nomads of the World.

Saba Tark, Nomads of the World – HKU Talent 2014 (13 september 2014 – 30 november 2014).
Saba Tark, Nomads of the World – HKU Talent 2014 (13 september 2014 – 30 november 2014).

De samenwerking met de HKU werd door Rutten niet voortgezet omdat hij van mening is dat er meer behoefte is bij de al langer in Utrecht werkende kunstenaars om hun werk te tonen: “De net afgestudeerden moeten creatief zijn in het vinden van een goede ruimte, dat komt het artistieke klimaat in Utrecht alleen maar ten goede.”

De Nieuw Utrecht Kamers, Nieuw Utrecht Kamers of toch Nieuw Utrechts?

Het concept veranderde niet: het bleef een ruimte voor getalenteerde Utrechtse kunstenaars. Het zijn de naamgeving en de locatie van De Nieuw Utrecht Kamers die varieerden en transformeerden. In 2016 verhuisden de Nieuw Utrecht Kamers naar de zolder van de vleugel. Het lidwoord was toen al verdwenen. Vanaf 2017 verdween ook het zelfstandig naamwoord uit de benaming van de ruimte: Nieuw Utrechts.

Rob Hornstra- Man Next Door (2 december 2017 – 4 maart 2018).
Rob Hornstra – Man Next Door (2 december 2017 – 4 maart 2018).

Nieuw Utrechts. Rob Hornstra – Man Next Door, een mixed-media installatie over Hornstra’s buurman, de volksjongen Kid, sloot begin 2018 de serie af. Ondanks dat er nadien nog enkele Utrechtse kunstenaars zoals Jan Mulder op de zolder exposeerden, lijkt het concept Nieuw Utrechts definitief ten einde te zijn gekomen. Vanaf dan wordt de gehele verdieping vooral ingezet voor tentoonstellingen die gemaakt worden met en vanuit de vaste collectie.

Utrecht Lokaal

In oktober 2019 haalt Bart Rutten Nieuw Utrechts van zolder. Na een pauze van een jaar, hervat hij het project en verplaatst hij de ruimte naar Expo 10, de voormalige Van Baarenzaal. Deze zaal, gevestigd in het Middeleeuwse deel van het museumgebouw dat begin 20e eeuw kort dienstdeed als school, is omgedoopt tot: Utrecht Lokaal.

Rietveld en Van Baarencollectie (31 maart 2012 – 29 september 2019).Rietveld en Van Baarencollectie (31 maart 2012 – 29 september 2019).Rietveld en Van Baaren Collectie in de Van Baarenzaal (31 maart 2012 – 29 september 2019).

De schilderijenverzameling van broer en zus Van Baaren verhuisde naar de twintigste-eeuwse vleugel van het gebouw, waar ook de rest van de vaste collectie van het museum te vinden is (Expo 4-6).

Er was al een vleugel uitsluitend bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen, en nu is ook de eigen collectie in één vleugel samengebracht. De logica van de indeling van het museum groeit. De hedendaagse Utrechtse kunstenaars vinden hun plek in de derde, meest centrale vleugel van het gebouw. Bart Rutten daarover: “Ik vind het mooi dat deze nieuwe plek voor Utrechtse kunstenaars is ingeklemd tussen het Utrechtse schip op de onderste verdieping en het Utrechtse atelier van Dick Bruna op zolder. Hiermee transformeert het oudste gedeelte van het museum, het middeleeuwse klooster, tot het Utrecht gebouw.”

De ruimte wordt omkaderd door een witgeschilderd balkenplafond en een wand van vele kloosterramen. Het zonlicht dat door het glas-in-lood naar binnen schijnt, tekent een patroon op de vloer. In het midden van de zaal loop je door een doorzichtig labyrint van uit beton en glas opgebouwde muren en poortjes. Zowel de bezoeker, als de kunstenaar kunnen in het nieuwe Utrecht Lokaal niet om de architectuur en het ontwerp van de expositieruimte heen.

In 1999 ontwierp kunstenaar Krijn de Koning samen met conceptontwikkelaar concrete de tentoonstellingswanden voor de toenmalige Van Baarenzaal. Om de ruimtelijkheid en eenheid van de historische zaal te behouden, kozen zij voor glas. Hier dus geen white-cube waar de ruimte als een blank canvas tot de kunstenaars beschikking staat.

Eva Spierenburg, de eerste kunstenares die haar werk in het Utrecht Lokaal tentoonstelt, schrok toen zij de ruimte voor het eerst zag. Spierenburg: “Het is een behoorlijk dwingende architectuur, je kan er niet omheen. Door al het glas zie je alles. Als je de zaal binnenkomt zie je wat achterin gebeurt. Van werk aan de wand zie je niet alleen de voorkant, maar ook de achterkant.” In aanloop naar de tentoonstelling heeft ze de ruimte vaak bezocht, veel foto’s en video’s gemaakt en veel rondgelopen. Het werk is met de specifieke architectuur van de zaal in haar achterhoofd gemaakt. De twee zijn aan elkaar gerelateerd, gaan samen en vormen nu één totaalinstallatie.

Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).
Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).

Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion

In 2018 won Eva Spierenburg het K.F. Heinstipendium. De presentatie in het Utrecht Lokaal maakte ze dankzij deze prijs. In Disappearance in slow motion onderzoekt Spierenburg het lichaam in relatie tot de omgeving. Ze verkent en toont hoe we met ons lichaam contact maken, met anderen, met objecten, en met de ruimte om ons heen.

Haar werk ademt lichamelijkheid. Het lichaam is aanwezig, in de huidskleuren, in objecten in de vorm van armen en handen, in de handelingen van de kunstenaar, en ook letterlijk, door de performer die de ruimte soms betreedt. Zelfs bij afwezigheid, is het lichaam aanwezig in afdrukken die de menselijke handelingen achterlieten.

Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).
Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).

De invloed die de zaal op de werken heeft, beschreef Bart Rutten als “theatrale cleanness.” Ook Spierenburg zelf ziet de architectuur als een onlosmakelijk onderdeel van haar werk. Een onderdeel dat iets toevoegt. Het zakelijke en de kilheid van de glazen wanden bieden tegenwicht aan de zachtheid van haar kunstwerken. Het glas, een afscheiding, maar ook doorzichtig, spiegelend, sluit aan bij het spel van aanwezigheid en zichtbaarheid dat Spierenburg speelt.

Met de komst van Utrecht Lokaal hebben hedendaagse Utrechtse kunstenaars een nieuw vast podium in het Centraal Museum. Spierenburg: “Het is goed dat het nu duidelijk is waar de lokale kunst geconcentreerd is. Het is ook meer op de looproute, niet zo verstopt als eerst op zolder. De keuze voor deze ruimte is wel verrassend en uitdagend, zeker tweedimensionaal werk is er niet gemakkelijk op te hangen.” De eigenzinnige architectuur van het Utrecht Lokaal zal een uitdaging zijn voor toekomstige exposanten. Maar de mogelijkheden zijn legio. Voor de Utrechtse kunstenaar ligt de wereld open.

Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).
Eva Spierenburg: Disappearance in slow motion (12 oktober 2019 – 12 januari 2020).

Disappearance in slow motion van Eva Spierenburg is nog tot 12 januari 2020 te zien in Utrecht Lokaal. Daarna staat de ruimte in het teken van het werk van Dirkje Kuik (1929-2008) en brengt Philipp Gufler een ode aan deze Utrechte kunstenares.