Twee potagielepels

Twee potagielepels

Dit object is nu niet in het museum te zien

Titel

Twee potagielepels

Vervaardiger

Dirck van Gameren (Utrecht 1707 - 1771 Utrecht)

Datering

1747

Materiaal / Techniek

zilver

Inventarisnummer

5321/001-002

Objectnaam

bestek, lepel, groentelepel

Verwerving

overdracht 1926

Afmetingen

lengte (elk) 27.3 cm

breedte (elk) 5.5 cm

gewicht (001) 150 gr

gewicht (002) 145 gr

gehalte

Opschriften / merken

  • keurmerk op achterzijde steel : stadskeur Utrecht (2x geslagen)

  • jaarletter op achterzijde steel : M (M=1747)

  • meesterteken op achterzijde steel : DV // G in een gecontourneerd schild

  • trembleersteek op achterzijde steel : trembleersteek

  • wapen op achterzijde steel : het gekroonde wapen van de provincie Utrecht, gehouden door twee leeuwen

  • trembleersteek op achterzijde steel :

  • inscriptie op achterzijde steel onder wapen (gegraveerd): CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT

Geassocieerd onderwerp

provinciebestuur (Utrecht) (provincie Utrecht)

Geassocieerde periode

Habsburgse tijd en Republiek 1528-1795

Motief

wapen

Opmerkingen

Afkomstig van de inventaris van het voormalig Utrechts Statenjacht (na 1801 Stadsjacht). De geschiedenis van de Utrechtse Statenjachten begint op 13 december 1664, wanneer de Haer Edelmogende Heren besluiten `omme te doen maken een bequaem jacht omme geemployeert te worden te water ten dienste van Haren Ed: mo: off derselver Gecommitteerden...'. Het vaartuig werd in de achttiende eeuw voornamelijk gebruikt voor het schouwen en beveiligen van de binnenwateren, voor vervoer van Heren Gedeputeerden en hun commissies en voor vermaak en spelevaren van particulieren die het jacht konden huren (Graafhuis 1960, p.144-145). In 1758 werd het vaartuig vervangen door een nieuw jacht. Aan het eind van de eeuw besloten de Statenleden dit weer te verkopen en een ander jacht aan te schaffen. Vanwege de hoge kosten werd dit jacht van de hand gedaan, en op 14 februari 1801 werd de stad Utrecht de nieuwe eigenaresse. De inboedel werd apart aangekocht. Voor het zilverwerk betaalde de stad ruim 555 gulden (Graafhuis 1960, pp.150-151). Vanaf 1703 bleef van de Statenjachten allerlei tafelzilver bewaard (zie inv. nrs. 5318, 5319, 5320, 5322/001-014, 5324/001-006, 5325/001-006, 5326/001-002, 5327/001-006 en 5328). Aan de bolle zijde van de bak van deze lepels bevindt zich een dubbel lof.

Documentatie

  • Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928, cat. nrs. 1403-2891], W.C. Schuylenburg, (Utrecht, 1928), cat. nr. 1647

  • Edele en onedele metalen. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht [edele metalen cat. nr. 1-250], Louise E. van den Bergh-Hoogterp; B. Dubbe, (Utrecht, 1997), pp. 286-287, cat. nr. 113 met afb. p. 286

  • Guide du Musée Central Utrecht 1950, (Utrecht, 1950), p. 17

Tentoonstellingen

  • Wij en onze opvolgers zullen een ieder recht doen: het Utrechts provinciebestuur in historisch perspectief, Centraal Museum, Utrecht, 2003

  • Zilver, Centraal Museum, Utrecht, 1972

  • Bij de tijd, Jaarbeurshallen, Croeselaan, Utrecht, 1966

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL:

https://hdl.handle.net/21.12130/collect.AC993161-F712-4D2C-9BC7-26674E19D4CE

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!