Lijkkleedversiersel van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde, schop

Lijkkleedversiersel van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde, schop

Werkgevers willen vakbekwaam personeel en behoorlijke prijzen voor hun producten, klanten willen gegarandeerde kwaliteit, en werknemers willen goede arbeidsvoorwaarden en voorzieningen bij ziekte of oude dag. Ook in de Middeleeuwen werd dit van belang gevonden. Daarom organiseerden vakgenoten zich in zogenaamde ambachtsgilden, eerst in Italië, maar later ook elders. De gilden zorgden voor kwaliteitsvoorschriften, reguleerden arbeidstijden, voorzagen in opleiding en zorgden voor opvang bij ziekte of ouderdom. Ook vormden zij een politieke lobby om bij het stadsbestuur gunstige maatregelen te bepleiten. Een ambachtsman of handelaar begon bij een gildelid als leerling en kon dan na verloop van tijd gezel (knecht) worden. Wie eigen baas (meester) wilde worden moest een bewijs van vakbekwaamheid leveren, de meesterproef. Na goedkeuring hiervan en de betaling van contributie konden nieuwe leden toetreden. Voor zonen van zittende leden was dit allemaal gemakkelijker dan voor buitenstaanders.<BR><BR> <P>In Utrecht ontstonden de eerste gilden in de late dertiende eeuw . Ze wonnen snel aan invloed en kregen zelfs het recht om de stedelijke raad te kiezen. Een belangrijke taak van de Utrechtse gilden was het verdedigen van de stadsmuur. Elk gilde nam een stuk tussen twee torens voor zijn rekening. De Smeetoren (van het smedengilden) was er een van.&nbsp; Het smedengilde was het rijkste en het machtigste van de 21 die de stad telde. Het had bij het gildehuis een verzorgingshuis voor bejaarde leden, het Eloyengasthuis, genoemd naar hun patroonheilige, Sint Eloy. Deze schutspatroon (elk gilde had er een) speelde een belangrijke rol in het gildeleven. </P> <P>De gilden zorgden niet alleen bij leven voor de leden, maar ook na de dood. Een fatsoenlijke begrafenis was voor de mensen in het verleden heel belangrijk. Gilden hadden eigen grafkelders en collega’s droegen de baar, die was bedekt met zwart laken, versierd met zilveren spelden. Deze symboliseerden het ambacht van het betreffende gilde . Het Centraal Museum bezit dertien lijkkleedversierselen van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde: sjouwende zakkendragers, korenmaten en schoppen. Ze zijn in 1611 gemaakt door een onbekende zilversmid .<BR>Na de Middeleeuwen veranderde de positie van de gilden. Ze raakten hun politieke invloed kwijt en met de reformatie verdween ook hun religieuze rol. De functie van vakorganisatie bleef, maar er kwam steeds meer kritiek op het gesloten karakter. Vooral het tegengaan van concurrentie van&nbsp; collega’s van buiten de stad kwam onder vuur te liggen. Aan het begin van de negentiende eeuw werden de gilden officieel opgeheven. <BR></P>

Werkgevers willen vakbekwaam personeel en behoorlijke prijzen voor hun producten, klanten willen gegarandeerde kwaliteit, en werknemers willen goede arbeidsvoorwaarden en voorzieningen bij ziekte of oude dag. Ook in de Middeleeuwen werd dit van belang gevonden. Daarom organiseerden vakgenoten zich in zogenaamde ambachtsgilden, eerst in Italië, maar later ook elders. De gilden zorgden voor kwaliteitsvoorschriften, reguleerden arbeidstijden, voorzagen in opleiding en zorgden voor opvang bij ziekte of ouderdom. Ook vormden zij een politieke lobby om bij het stadsbestuur gunstige maatregelen te bepleiten. Een ambachtsman of handelaar begon bij een gildelid als leerling en kon dan na verloop van tijd gezel (knecht) worden. Wie eigen baas (meester) wilde worden moest een bewijs van vakbekwaamheid leveren, de meesterproef. Na goedkeuring hiervan en de betaling van contributie konden nieuwe leden toetreden. Voor zonen van zittende leden was dit allemaal gemakkelijker dan voor buitenstaanders.

In Utrecht ontstonden de eerste gilden in de late dertiende eeuw . Ze wonnen snel aan invloed en kregen zelfs het recht om de stedelijke raad te kiezen. Een belangrijke taak van de Utrechtse gilden was het verdedigen van de stadsmuur. Elk gilde nam een stuk tussen twee torens voor zijn rekening. De Smeetoren (van het smedengilden) was er een van.  Het smedengilde was het rijkste en het machtigste van de 21 die de stad telde. Het had bij het gildehuis een verzorgingshuis voor bejaarde leden, het Eloyengasthuis, genoemd naar hun patroonheilige, Sint Eloy. Deze schutspatroon (elk gilde had er een) speelde een belangrijke rol in het gildeleven.

De gilden zorgden niet alleen bij leven voor de leden, maar ook na de dood. Een fatsoenlijke begrafenis was voor de mensen in het verleden heel belangrijk. Gilden hadden eigen grafkelders en collega’s droegen de baar, die was bedekt met zwart laken, versierd met zilveren spelden. Deze symboliseerden het ambacht van het betreffende gilde . Het Centraal Museum bezit dertien lijkkleedversierselen van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde: sjouwende zakkendragers, korenmaten en schoppen. Ze zijn in 1611 gemaakt door een onbekende zilversmid .
Na de Middeleeuwen veranderde de positie van de gilden. Ze raakten hun politieke invloed kwijt en met de reformatie verdween ook hun religieuze rol. De functie van vakorganisatie bleef, maar er kwam steeds meer kritiek op het gesloten karakter. Vooral het tegengaan van concurrentie van  collega’s van buiten de stad kwam onder vuur te liggen. Aan het begin van de negentiende eeuw werden de gilden officieel opgeheven.

Dit object is nu niet in het museum te zien

Titel

Lijkkleedversiersel van het Zakkendragers- en Graanmetersgilde, schop

Vervaardiger

Datering

1611

Materiaal / Techniek

zilver

Inventarisnummer

4321 j

Objectnaam

lijkkleedversiersel

Verwerving

aankoop 1857

Afmetingen

lengte 13.6 cm

breedte 2.9 cm

gewicht 13.7 gr

gehalte

Geassocieerd onderwerp

Zakkendragers- en Graanmetersgilde (Utrecht) (herkomst)

gilden (Utrecht) (sociaal-economisch)

Geassocieerde periode

Habsburgse tijd en Republiek 1528-1795

Motief

schop

Opmerkingen

Tot 1997 (publicatie van de collectiecatalogus Metalen) was de datering: ca. 1600

Documentatie

  • Art et Travail, cat. nr. 493

  • Atlas van platen, behoorende bij het 2e deel (nieuwe reeks) van de Verhandelingen uitgegeven door Teylers Tweede Genootschap (De Noord-Nederlandsche gildepenningen), J. Dirks, (Haarlem, 1879), pl. Utrecht 4, nr. 6 (tek.)

  • Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928, cat. nrs. 2891-4142], W.C. Schuylenburg, (Utrecht, 1928), cat. nr. 3433, afb. 22

Tentoonstellingen

  • De wereld van Utrecht. Topstukken uit vijf collecties, Centraal Museum, Utrecht, 2016 - 2022

  • Dit is het Centraal Museum! Topstukken uit de vijf collecties, Centraal Museum, Utrecht, 2012 - 2015

  • Het Gilde van St. Eloy, Centraal Museum, Utrecht, 2004

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL:

https://hdl.handle.net/21.12130/collect.27EFB1B6-BBF4-46AA-ADCE-7ED97065C5D2

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!