nijntje in de dierentuin [1955]

<SPAN lang=N>Dick Bruna, voluit Hendrik Magdalenus Bruna was de gedoodverfde opvolger van zijn vader bij uitgeverij A.W. Bruna &amp; Zoon. Aangezien hij over geen enkel zakelijk instinct bleek te beschikken maar enkel in kunst geïnteresseerd was, kon hij in het familiebedrijfaan de slag als ontwerper van boekomslagen en affiches. Geïnspireerd op het werk van Picasso, Léger en vooral van Matisse, waarvan hij tijdens zijn stage in Parijs in 1947 onder de indruk was geraakt, tekende hij vereenvoudigde figuren in enkele lijnen waaraan hij losse kleurvlakken toevoegde. De affiches van Willem Sandberg voor het Amsterdamse Stedelijk Museum waren eveneens een voorbeeld voor hem: dat je de figuren niet in een perspectivische ruimte hoeft neer te zetten ervoer hij als een bevrijding. Bruna zou in totaal zo’n 2500 boekomslagen ontwerpen. Naast het werk in dienst van de uitgeverij begon hij in 1952 eigen prentenboekjes te maken; ze ontstonden vanuit een verlangen om ‘gewoon mooie prenten’ te maken, die zo goed moesten zijn dat ze ook afzonderlijk aan de muur zouden kunnen hangen. In 1953 verschenen de eerste twee boekjes in staand formaat: <I>De appel</I> en <I>Toto in Volendam</I>. De beelden zijn direct; Bruna knipte de vormen uit, zette ze op een egaal gekleurd fond, en penseelde soms zwarte contourlijnen rond de figuren. <BR> <P dir=ltr align=left></P> <P dir=ltr align=left>Nijntje ontstond in 1955, toen Bruna tijdens een vakantie voor zijn kinderen verhaaltjes verzon over een wit konijntje – het knuffeldier waarmee zijn zoon speelde. Toen hij het ging tekenen besloot hij dat het een meisjeskonijn moest worden, omdat een jurkje een mooiere, meer geometrische vorm opleverde dan een broek. De eerste nijntjes tekende Bruna met een penseel. De vlakken vulde hij met plakkaatverf in egale kleuren in. Het verhaaltje vertelde hij in rijmregels die hij per twee onder de plaatjes zette. In 1959 besloot Bruna het formaat van de boekjes te veranderen. Hij had gemerkt dat kleine kinderhanden moeite hadden met het hoge formaat; bovendien vond hij het grafisch logischer als het vierregelige rijmpje op de linker- en het plaatje op de rechterpagina stond. De boekjes werden vierkant. In de loop der tijd sleutelde Bruna af en toe aan nijntje. Haar kop werd in 1963 een liggende ovaal met puntiger oren, in 1979 werd alles wat ronder en in 2001 veranderde Bruna de verhouding tussen de kop en het lijfje, zodat ze meer een peuter werd. Bruna maakte meer dan dertig nijntjeboekjes die in vele talen verschenen. Sinds 1996 heet ze buiten Nederland miffy.</P></SPAN>

Dick Bruna, voluit Hendrik Magdalenus Bruna was de gedoodverfde opvolger van zijn vader bij uitgeverij A.W. Bruna & Zoon. Aangezien hij over geen enkel zakelijk instinct bleek te beschikken maar enkel in kunst geïnteresseerd was, kon hij in het familiebedrijfaan de slag als ontwerper van boekomslagen en affiches. Geïnspireerd op het werk van Picasso, Léger en vooral van Matisse, waarvan hij tijdens zijn stage in Parijs in 1947 onder de indruk was geraakt, tekende hij vereenvoudigde figuren in enkele lijnen waaraan hij losse kleurvlakken toevoegde. De affiches van Willem Sandberg voor het Amsterdamse Stedelijk Museum waren eveneens een voorbeeld voor hem: dat je de figuren niet in een perspectivische ruimte hoeft neer te zetten ervoer hij als een bevrijding. Bruna zou in totaal zo’n 2500 boekomslagen ontwerpen. Naast het werk in dienst van de uitgeverij begon hij in 1952 eigen prentenboekjes te maken; ze ontstonden vanuit een verlangen om ‘gewoon mooie prenten’ te maken, die zo goed moesten zijn dat ze ook afzonderlijk aan de muur zouden kunnen hangen. In 1953 verschenen de eerste twee boekjes in staand formaat: De appel en Toto in Volendam. De beelden zijn direct; Bruna knipte de vormen uit, zette ze op een egaal gekleurd fond, en penseelde soms zwarte contourlijnen rond de figuren.

Nijntje ontstond in 1955, toen Bruna tijdens een vakantie voor zijn kinderen verhaaltjes verzon over een wit konijntje – het knuffeldier waarmee zijn zoon speelde. Toen hij het ging tekenen besloot hij dat het een meisjeskonijn moest worden, omdat een jurkje een mooiere, meer geometrische vorm opleverde dan een broek. De eerste nijntjes tekende Bruna met een penseel. De vlakken vulde hij met plakkaatverf in egale kleuren in. Het verhaaltje vertelde hij in rijmregels die hij per twee onder de plaatjes zette. In 1959 besloot Bruna het formaat van de boekjes te veranderen. Hij had gemerkt dat kleine kinderhanden moeite hadden met het hoge formaat; bovendien vond hij het grafisch logischer als het vierregelige rijmpje op de linker- en het plaatje op de rechterpagina stond. De boekjes werden vierkant. In de loop der tijd sleutelde Bruna af en toe aan nijntje. Haar kop werd in 1963 een liggende ovaal met puntiger oren, in 1979 werd alles wat ronder en in 2001 veranderde Bruna de verhouding tussen de kop en het lijfje, zodat ze meer een peuter werd. Bruna maakte meer dan dertig nijntjeboekjes die in vele talen verschenen. Sinds 1996 heet ze buiten Nederland miffy.

Dit object is nu niet in het museum te zien

Titel

nijntje in de dierentuin [1955]

Vervaardiger

Dick Bruna (Utrecht 1927 - 2017 Utrecht)

Datering

1955

Materiaal / Techniek

drukwerk op papier en karton; ingebonden tot boek

Inventarisnummer

34141

Objectnaam

boek

Verwerving

schenking 2018

Afmetingen

hoogte 20 cm

breedte 14.7 cm

Motief

Dick Bruna, verpleegster, toilet, Den Haag

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL:

https://hdl.handle.net/21.12130/collect.F71D4BD7-96FF-4035-B492-5CF17A30474B

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!