In het najaar van 1952 werd in het Centraal Museum een tentoonstelling gehouden van Utrechts zilver. Geëxposeerd werden werken die voorzien waren van de Utrechtse keuren en vervaardigd waren door zilversmeden die lid waren van het Utrechtse gilde der edelsmeden. Twintig jaar later werd opnieuw een tentoonstelling ingericht met hetzelfde thema. Met trots werd geconstateerd dat de collectie Utrechts zilver in de tussenliggende periode behoorlijk was uitgebreid.

Overigens is er maar weinig Utrechts edelsmeedwerk uit de periode voor 1576 bewaard gebleven. In dat jaar nam het stadsbestuur van Utrecht al het zilver, ter waarde van 20.000 gulden, van aartsbisschip Frederik Schenck van Toutenburg in beslag om het beleg van het kasteel Vredenburg te kunnen bekostigen. Twee jaar laten moesten de Utrechtse kerken en geestelijke instellingen op bevel van aartshertog Matthias van Oostenrijk, tussen 1577 en 1781 landvoogd van de Nederlanden, hun zilver laten smelten om de kas van de Generale Staten te kunnen aanvullen.
Daartegenover staat het verhaal van de apostolisch vicaris Philippus Rovenius die in 1650 rapporteerde dat hij in de voorgaande vier jaar maar liefst 120 miskelken had gewijd. Dit wijst op de enorme activiteit van de edelsmeden in de Nederlanden. En hoewel de economische situatie eeuw een eeuw later een vrij grote teruggang kende, bleven de edelsmeden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de schilders) op hoog niveau zeer actief. Zo werden tussen 1700 en 1750 106 personen als meester of aanwerpeling toegelaten bij het gilde der edelsmeden.

Documentation

  • Zilver, Centraal Museum (Utrecht, 1972) (vouwblad)
  • Zilver : collectie Centraal Museum Utrecht, [verantw. door dr. M. E. Houtzager ; inleid. door H. J. Smedt ; samengest. door J.J.C. Taets van Aemerongen], Centraal Museum (Utrecht, 1972) (111 p.)

Collection in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!