Rond 1980 studeerden Kees de Groot (1956), Harry Heyink (1957), Frank Morssinkhoff (1959), Ron Sluik (1961) en Reinier Kurpershoek (1959) aan de AKI, de Akademie voor Kunst en Industrie in Enschede. De drang tot werken met de nieuwe media en technieken en hun gelijkgerichte expressiviteit bracht hen bij elkaar. Geluid en beeld knetterden daarbij over de limiet, omschreef Lidewijde de Smet (onder meer MonteVideo en KABK) het resultaat van hun samenwerking. Bij hun podiumoptredens (performances) zorgden ze ervoor dat ze veel verder gingen dan een visueel spektakel met hier een daar een piepje, of een denderend concert met wat videomuzak.

Zowel de autonome werken van de vijf als de optredens werden gekenmerkt door de dynamiek van tegenstellingen en een groeiende abstractie. Trends werden gezien als aangepastheid. In 1986 gingen ze verder als Loge IV D. Met de expositie WATT die in 1989 in het Centraal Museum werd gehouden, trad de Loge naar buiten. De Smet schreef daarover: "De expositie (...) vibreert van de energie waarmee de deelnemers hun kunstwerken laden. In de ontlading van de emotionele emoties wekt de dissonantie tussen de kunstenaars tastbare spanning." Of later ook de niet-emotionele emoties van de Loge een uitlaatklep hebben gekregen, is niet bekend.

Documentation

  • Frank Morssinkhof, Loge IV D (Amsterdam, 1989) (15 p.)
  • Harry Heyink, Loge IV D (Amsterdam, 1989) ([12] p.)
  • Kees de Groot, Loge IV D (Amsterdam, 1989) (15 p.)

Collection in this exhibition

  • No objects from the Centraal Museum collection were shown in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!