Stapelen, modelleren, bouwen, gieten. Spelen met ruimte, maat en afstand, volume en oppervlak, openheid en geslotenheid – het zijn pure beeldhouwkwaliteiten die centraal staan in het werk van de Duitse beeldhouwer Thomas Rentmeister (Reken, 1964). De vloer is voor hem een belangrijk uitgangspunt. Vanaf dat oppervlak verheffen zich de beelden om de ruimte op te zoeken, of ze blijven er door hun gewicht of vormeloosheid juist aan gehecht. Rentmeisters beelden staan of liggen, stil en onbeweeglijk, op dezelfde grond waarop ook wij met onze beide benen staan. Wij bewegen eromheen. De beelden laten zich langzaam, rustig en aandachtig bekijken.

Heel bijzonder is de materiaalkeuze. Rentmeister beeldhouwt graag met koffie, chocolade, suiker en meel, of anders wel met wasmiddelen, papieren zakdoekjes, wattenstaafjes of babycrème. Het zijn de materialen van zijn jeugd, van terugkerende herinneringen: boterhammen met donkerbruine Nutella chocopasta en witte, zachte zakdoekjes van Tempo. Het kiezen van juist die bruine en witte materialen herinnert ook aan het contrast tussen het hygiënische, propere huis van zijn jeugd en, daarbuiten, de landelijke lucht van aarde, hooi en mest. Behalve vergankelijke materialen met een biografisch karakter gebruikt Rentmeister ook allerlei andere gevonden voorwerpen die persoonlijke associaties bij hem oproepen. Daarnaast maakt hij abstracte beelden, op de grens van werkelijkheid en onwerkelijkheid.

Zo zijn er de polyester sculpturen, die vanaf 1991 ontstaan. In zijn atelier modelleert Rentmeister de gipsen gietvormen. Telkens draait hij het beeld een slag en brengt met een spatel een nieuw oppervlak aan, net zolang tot hij een perfecte vorm ziet ontstaan. Nadat het beeld is gegoten in gekleurd polyester, wordt het oppervlak door de kunstenaar zorgvuldig en langdurig gepolijst, totdat het zo glad is als een spiegel. Het maakproces is dan volledig onzichtbaar geworden. Door de perfecte, virtuele vorm en het spiegelende oppervlak oogt het uiteindelijke beeld immaterieel en onwerkelijk. Rentmeister roept daarmee vragen op over wat echt is, en wat niet. Is een abstract kunstwerk kunstmatig en dus onecht? En waarom is een pot suiker dan wel echt? Wat gebeurt er als de kunstenaar besluit om een sculptuur van suiker te maken? Zo verandert hij het alledaagse in een handomdraai in het sublieme, en toont hij ons de schoonheid van materialen die we normaal gesproken links laten liggen. Hij speelt, kortom, een diepgaand en vernuftig spel met vragen over het wezen van de kunst.

Humor speelt daarbij een belangrijke, relativerende rol. De polyester sculpturen zijn bijvoorbeeld zó perfect en esthetisch dat ze – volgens de kunstenaar - een viezige kleur nodig hebben om in balans te blijven. Vandaar de gedempte bruine, groene en roze tinten, die aan de kunstmatige ‘blobs’ een bijna natuurlijke status geven.

De beelden komen één voor één tot stand in het hoofd van de kunstenaar: 'Ik denk alleen in werken,' zegt Rentmeister er zelf over. Het idee wordt geschetst op papier en zo, al werkend, wordt dat éne beeld in gedachten vervolmaakt. De uitvoering ervan is vervolgens een 'noodzakelijk kwaad'. Het pure beeldhouwinstinct staat voorop, en er is ruimte voor spel en impuls.

Bij de presentatie in het Centraal Museum in 2003 was een transparante plexiglazen koepel van de ‘Dome’ (2002) te zien met daarin een bundeltje kleren van de kunstenaar, met de uitvergrote knopen van een duffelse jas. Een zelfportret?

H+F Collectie
Sinds 2000 werkt het Centraal Museum samen met particulier verzamelaar en schrijver Han Nefkens. Kunstwerken die door hem worden aangekocht, krijgt het Centraal Museum in langdurige bruikleen.

Collection in this exhibition

  • No objects from the Centraal Museum collection were shown in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!