In juni 1943 verliet de wetenschappelijk assistent B.J. Schokkenkamp tijdelijk het Centraal Museum, omdat hij in krijgsgevangenschap moest worden teruggevoerd. Hij had nog de opening kunnen meemaken van de tentoonstelling over "ontluikende kunstnijverheid" waaraan hij zijn medewerking had verleend. In zijn bijdrage aan de bijbehorende catalogus constateerde hij dat aan het eind van 19e eeuw nauwelijks nog gesproken kon worden van 'culturele vormen', hooguit van 'vervormde culturen'. "Wie kent niet het kabinet met de tientallen gedraaide uitsteeksels, de facetgeslepen veelhoekige spiegel in het midden, volgeladen met portretten van reeds langgestorven familierelaties, de porceleinen schoentjes, waar de vetertjes niet in vergeten zijn, de pijp, die bij nader inzien een naaldenkoker blijkt te zijn, de vaas met bloemen van papier, verschoten en met een stoflaag overdekt. Alles onwaarachtig en niet waar. De eenige kleur bestond uit een conventioneele afgeleefde romantiek, die leidde tot een geestelijke leegheid en een doodlopen van waarachtige levensvormen."

Schokkenkamp zag 1885 als startpunt van de ontluikende kunstnijverheid in Nederland. Het Rijksmuseum was pas voltooid, enkele jaren later zou Berlage onder het motto 'schoon, waar en goed' de Beurs in Amsterdam bouwen: geen imitatie van de middeleeuwen, maar "een conceptie van dragende en gedragen deelen", en tot stand gekomen dankzij een gelukkige samenwerking van gelijkwaardige kunstenaars. De eerste zaal van de tentoonstelling liet dan ook behangselontwerpen, meubelen en glas van Berlage zien. Verderop ontwerpen van Karel de Bazel en Cornelis de Lorm, Johan Thorn Prikker, Theo Nieuwenhuis, Gerrit Dijsselhof, Jan Eissenlöffel, Carel Lion-Cachet tot en met Willem Penaat die de kloof tussen de constructieven en de louter ornamentalen overbrugde. "In hun verscheidenheid streefden zij allen het eene doel na: doelmatig gebruik van meteriaal op een aesthetisch verantwoorde manier," aldus Schokkenkamp.

De tentoonstelling verhuisde in mei 1943 naar het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Documentation

  • Ontluikende Kunstnijverheid in Nederland 1885-1920, [voorw. C. H. de Jonge ; inl. en cat. B.J. Schokkenkamp], Centraal Museum (Utrecht, 1943) (14 p.)

Collection in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!