In de jaren 1920 was de relatie tussen het Centraal Museum en de pers, en in het bijzonder de Utrechtse kranten, hartelijk te noemen. Aanwinsten kregen ruime aandacht, ruimteperikelen werden met begrip beschreven en tentoonstellingen werden enthousiast begroet. Dat laatste was niet helemaal verwonderlijk. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat een conservator van een museum een persbericht schreef, wat vervolgens integraal werd overgenomen. De eerste regel van het artikel was dan "Men schrijft ons uit Utrecht."

We hebben de indruk dat het Centraal Museum vooral in de ogen van het Utrechtsch Dagblad weinig fout kon doen. Ook de kersttentoonstelling van 1929 werd bejubeld. "De Directie van het Centraal Museum, meer speciaal de conservatrice Jkvr. dr. C.H. de Jonge, is er ditmaal wel in geslaagd een tentoonstelling voor de komende feestdagen in te richten, die de belangstelling van iedereen, die in Utrecht is, verdient."

Getoond werden 17 werken van Aert de Gelder (Dordrecht, 1645 - aldaar, 1727), een leerling van Samuel van Hoogstraten en van Rembrandt. Het Mauritshuis en het Dordrechts Museum, de kunsthandelaren Goudstikker, Douwes en van Diemen en Vaarties, de Vereniging Oud Dordrecht en de heren Anton Philips te Eindhoven en J.J.M. Chabot te Clarens (Zwitserland) hadden kunstwerken afgestaan.

Uiteraard werden in de krantenartikelen van die tijd steevast de adellijke en academische titel van de conservatrice gegeven. Zo veel gepromoveerde vrouwen van adel, die bovendien ook nog iets nuttigs deden, waren er niet. Het was dan ook opvallend dat de Rotterdamsche Courant van 24 december 1929 haar bijna frivool aanduidde als Carla de Jonge.

Collection in this exhibition

  • No objects from the Centraal Museum collection were shown in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!