Het Nederlandse jugendstil-aardewerk is ontstaan in de betrekkelijk korte periode 1885-1910. Het was, met de kunstnijverheid in haar geheel, kenmerkend voor de stijlvernieuwing die zich omstreeks 1890 doorzette en die we met de namen art noveau, jugendstil of nieuwe kunst aanduiden. De jugendstil was een esthetische beweging op het gebied van de decoratieve kunsten en de architectuur, die zich verzette tegen de opeenvolging en vermenging van historische stijlen zoals de neo-gotiek, neo-renaissance en neo-louis in de 19e eeuw. Bovendien was er een algemene reactie ontstaan tegen de sterk opgekomen machinale productie van gebruiksvoorwerpen, die geleid had tot massa-artikelen van weinig originaliteit.

In de laatste tien jaar van de 19e eeuw kwam de aardewerkproductie vrij snel tot grote bloei. Er werden veel fabrieken opgericht, waar door ontwerpers en pottenbakkers nieuwe vormen en technieken ontwikkeld werden, of oude op hun waarde werden beproefd en een eigentijdse, originele versiering ontstond. De Haagse plateelbakkerij Rozenburg verwierf de grootste reputatie naast de fabrieken Amstelhoek en De Distel die in het begin van de 20e eeuw in Amsterdam floreerden. In Utrecht waren er de Fayence- en Tegelfabriek Holland en de Kunstaardewerkfabriek K.J. Mobach.

Van 17 februari tot en met 28 maart 1976 werd in het Centraal Museum een tentoonstelling gehouden van jugendstil-aardewerk uit eigen bezit.

Documentation

  • Jugendstil aardewerk uit eigen bezit, M. Trapperniers, Centraal Museum (Utrecht, 1976) (losbladig)

Collection in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!