Omstreeks 1920 ontstonden de eerste kostuumopstellingen in Nederlandse musea. Vanaf die periode werden de collecties ook bewuster uitgebreid; ook enkele particulieren gingen kostuumverzamelingen aanleggen. Eind jaren 60 groeide een opvallende nieuwe belangstelling voor mode uit heden en verleden. Zo werd voor Hans van Emmerik (1952), een geboren en getogen Utrechter, het verzamelen van kostuums een ware passie. Hij komt uit een familie waarin in de laatste generaties de belangstelling verdeeld werd tussen muziek en mode.

Zijn grootmoeder van moeders zijde had in Tolsteeg (Utrecht) een kinderkledingatelier dat vooral in de jaren 1920 een bloeiend bestaan leidde. Helaas is er van de toch vrij grote productie geen enkel stuk bewaard gebleven. Haar fotoalbums vormden voor haar kleinzoon de eerste kennismaking met kleding uit voorbije jaren, wat hem ertoe bracht om te gaan zoeken naar originele exemplaren. “Als tiener kocht ik van mijn zakgeld een jabot van 7,50 gulden. Tweedehandswinkels puilden destijds met jurken uit de jaren dertig. Het was de tijd dat de eerste grote panden waar families tweehonderd jaar hadden gewoond geleegd werden”, zegt Van Emmerik in een vraaggesprek met Georgette Koning (www.independentfashiondaily.com maart 2012).

Van Emmerik is gespecialiseerd in mode van 1900 tot 1950, die in Nederland is gedragen door de gegoede burgerij en rijke Haagse families en modieuze Twentse textielbaronessen die vaak winkelden in Parijs.

Van 13 december 1980 tot en met 16 maart 1981 werd in het Centraal Museum een deel van de collectie van Van Emmerik getoond.

Documentation

  • Crêpe en kralen : kledingstukken uit de jaren 1920 uit de verzameling van Hans van Emmerik te Utrecht, tekst Hanneke Adriaans, Centraal Museum (Utrecht, 1980) (16 p.)

Collection in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!