Wisseltentoonstelling van de aangekochte BKR-werken naar aanleiding van de kunstenaarsacties van december 1983.

Een tentoonstelling waarover geen documentatie te vinden is. Dan maar een geschiedenisles, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1935: Oprichting van het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars. Kunstenaars worden in de crisistijd financieel bijgestaan; er wordt geen tegenprestatie gevraagd. De bijdragen komen van gemeenten en het ministerie van Sociale Zaken. Drie jaar later wordt het Fonds voor Bijzondere Doeleinden aan het Voorzieningsfonds toegevoegd. Daardoor wordt het mogelijk om bijzondere uitgaven van kunstenaars te betalen. Soms geven kunstenaars op vrijwillige basis een kunstwerk, als tegenprestatie.

1949: Om werkgelegenheid voor kunstenaars te scheppen wordt de Contraprestatie ingevoerd. Gemeenten bepalen via aankoopcommissies van welke kunstenaars werken worden aangekocht, en welke prijs er voor betaald zal worden. De kunstenaars moeten de aangekochte werken afstaan.
De gemeenten kunnen driekwart van de kosten bij het Rijk declareren, die dan ook driekwart van de aangekochte kunstwerken in bezit krijgt. Deze komen terecht bij de Dienst voor ’s Rijks Verspreide Kunstvoorwerpen (DRVK).
De Contraprestatie was een open eindregeling, dat wil zeggen dat er geen maximaal bedrag op de rijksbegroting voor was uitgetrokken.

1956: De Beeldende Kunstenaarsregeling komt in plaats van de Contraprestatie. Het accent komt te liggen op de maatschappelijke zelfstandigheid van de kunstenaar: geen bijstand, maar ondersteuning.

vanaf 1969: Omdat de BKR te duur wordt, worden de toelatingseisen strenger.

1976: De hoeveelheid kunstwerken groeit het Rijk inmiddels boven het hoofd. Omdat de DRVK de vele kunstwerken administratief en fysiek niet goed meer kan beheren, wordt het rijksaandeel in de opname van kunstwerken gewijzigd van 75 % naar 25%.

1979: Voor het eerst wordt hardop gezegd dat de BKR maar afgeschaft moet worden. De regeling is niet meer te betalen. Om de toestroom het hoofd te kunnen bieden is er tijdelijk een opnamestop.

1983: Kunstenaarsacties naar aanleiding van de voorstellen van de staatssecretaris van Sociale Zaken de regeling in te krimpen. Naar schatting zullen 2500 van de 3500 kunstenaars die van de regeling afhankelijk zijn, uit de BKR worden gezet.

1984: Nogmaals een opnamestop voor werk uit Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

1984: Om zijn solidariteit te tonen organiseert het Centraal Museum enkele wisseltentoonstellingen met werken die via de BKR zijn aangekocht.

1987: Het doek valt voor de BKR. In geen enkele gemeente wordt nog werk ingenomen en in 1992 wordt de BKR officieel ingetrokken.
vanaf 1993: Van de bijna 300.000 aangekochte kunstwerken worden 25.000 werken teruggegeven aan de kunstenaars, nog eens 25.000 komen terecht in de kunstuitleen. Van circa 17.000 wordt bepaald dat deze museale waarde hebben en dus in de rijkscollectie blijven. Zo'n 110.000 werken worden geschonken aan instellingen die deze al in huis hadden en ze al dan niet gebruikten als prikbord, pennenbakje of kapstok. Ten slotte komen 100.000 werken terecht bij de voor de gelegenheid in het leven geroepen Stichting Kunstwegen; deze schenkt de helft aan non-profit instellingen. Onduidelijk is wat er in de loop der jaren met 23.000 kunstwerken is gebeurd.

bron: http://oud.cultureelerfgoed.nl/kunstcollecties/kunstcollectie-van-rijk/ontstaan-in-hoofdlijnen/kunstcollectie/beeldende-kunstenaars

Collection in this exhibition

  • No objects from the Centraal Museum collection were shown in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!