Het Utrechtse Schilder- en Tekenkundig Genootschap Kunstliefde werd in 1807 opgericht. Op de website van het genootschap is een stukje geschiedenis terug te vinden. "De Utrechtse School vierde hoogtij met stillevens, landschappen en genrestukken. In 1857 werd de eerste van de jaarlijks terugkerende tentoonstellingen van schilderijen van leden georganiseerd. In 1873 werd het Museum Kunstliefde in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen geopend, waarna de collectie zo hard groeide dat al 16 jaar later een nieuwe behuizing moest worden gevonden aan de Oudegracht.
Het genootschap sloot zich in die tijd steeds meer af van nieuwe kunstrichtingen en veel leden stapten daarom op. Kunstliefde kwam in financiële problemen en in 1918 werd besloten om de collectie te verkopen. Een deel van die collectie kwam via aankoop door de Gemeente Utrecht, later terecht in het Centraal Museum. De problemen bleven echter groeien en in 1929 stelde het bestuur daarom maar voor om het genootschap op te heffen. Dit leidde tot sterk verzet van de jongere leden, een nieuw bestuur en een nieuw elan. In 1939 werd het huidige pand aan de Nobelstraat 12 A betrokken."

Twee jaar voor die verhuizing werd het 26e lustrum gevierd met een tentoonstelling in het Centraal Museum. De openingsrede werd gehouden door dr. W.C. Schuylenburg, niet alleen directeur van het museum, maar ook voorzitter van Kunstliefde. Hij memoreerde de problemen die het genootschap zeven jaar eerder had gekend, waardoor het dreigde ten onder te gaan in allerlei dilettantisme. Nauwelijks opgekrabbeld lukte het Kunstliefde niet om het 125-jarig luisterrijk te vieren. Vandaar de tentoonstelling bij het 130-jarig bestaan.