Fragment van een epitaaf met Maria met het Kind, omhangen met een rozenkrans, een onbekende heilige en een geestelijke
De meeste namen van middeleeuwse kunstenaars zijn niet meer bekend. Een paar zijn overgeleverd in contracten tussen de opdrachtgever en de kunstenaar. Ook komen ze wel voor in de gildenboeken. In Utrecht moesten beeldhouwers lid zijn van het Zadelaarsgilde om hun beroep zelfstandig te mogen uitoefenen. Voor onbekende meesters worden noodnamen verzonnen, die meestal aan een kunstwerk of locatie ontleend wordt. De Meester van de Utrechtse Stenen Vrouwenkop is vernoemd naar een sculptuur in Museum Catharijneconvent. In het Centraal Museum bevinden zich nog twee epitafen van dit type uit de Mariakerk.