Geschiedenis van het Centraal Museum
Het Centraal Museum heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1838. Sindsdien groeide het uit van een verzameling kunstobjecten tot een museum dat midden in de samenleving staat. Het gebouw zelf is onderdeel van dat verhaal: een plek waar verschillende tijden en functies samenkomen.
Utrecht is in 1830 een stad in beweging. Door een geboorteoverschot groeit de bevolking als kool en daardoor wordt het tussen de oude stadsmuren steeds voller.
Om meer licht en lucht in de stad te krijgen, worden vanaf dat jaar de stadsmuren, poorten en bolwerken afgebroken om plaats te maken voor een mooi groen plantsoen. En om de scheepvaart alle ruimte te geven, wordt er een nieuwe haven aangelegd: de Nieuwekade.
Even verderop, aan de Oudegracht worden boven in het nieuwe stadhuis een paar zaaltjes ingericht als stedelijk museum. Het is het prille begin van het huidige Centraal Museum.
Bekijk hieronder de beknopte tijdlijn of lees de uitgebreide geschiedenis
Ontwikkeling van het Centraal Museum
1830: Burgemeester Van Asch van Wijk
Als verwoed amateurhistoricus zorgt burgemeester H.M.A.J. van Asch van Wijck dat in dat nieuwe stadhuis een museum komt. Een plek voor de vele oudheidkundige voorwerpen die door de gemeente zijn verzameld en die betrekking hebben op de stad Utrecht. Het exposeren is bovendien een goede gelegenheid om alles eens goed te bekijken en te inventariseren.
1838: opening Stedelijk Museum voor Oudheden
Op 5 september 1838 opent het Stedelijk Museum voor Oudheden officieel in het stadhuis. Bewoners vanaf veertien jaar kunnen er op woensdagmiddag voor een kwartje terecht.
Er is van alles te bekijken, zoals ‘Oud Beeldwerk en ander oudheden, Tekeningen en Schilderijen’ die allemaal wel ‘betrekking hebbend op de Stad Utrecht’. Opmerkelijk: mannen moeten de bijbehorende catalogus verplicht aanschaffen, vrouwen niet.
1874 – Stadsarchivaris Muller verzamelt voor het Museum van Oudheden
Na het overlijden van Burgemeester Van Asch van Wijck in 1843 wordt er nauwelijks meer iets verzameld, totdat stadsarchivaris S. Muller de draad in 1874 weer oppakt. Vier jaar later publiceert hij een nieuwe catalogus voor het ‘Museum van Oudheden’, zoals het museum inmiddels heet. De verzameling telt in die tijd al meer dan tweeduizend voorwerpen.
1891 – Buitengoed Hoogeland
In 1887 stelt het Utrechtse gemeenteraadslid A.C.J. van Eelde voor om het buitengoed Hoogeland bij de Biltstraat aan te kopen. Met 15 tegen 9 stemmen gaat de raad akkoord.
Niet iedereen is blij met dit besluit. Ongeveer duizend mensen ondertekenen een petitie om te koop tegen te houden. Er worden zelfs dreigbrieven geschreven waarin Van Eelde verteld wordt dat er 'geladen geweren voor hem gereed staan’.
Pas in november 1891 wordt bekend dat in het landhuis een museum komt; de oudheden worden verplaatst naar Hoogeland. Het bezoekersaantal in het museum loopt op van 2.000 naar 20.000 bezoekers per jaar.
In 1889 maakte Anthony Grolman in opdracht van mr. W.H. baron Taets van Amerongen 24 aquarellen als documentatie van de museumcollectie vóór de verhuizing naar Het Hoogeland. Hieronder zie je er drie.
1921 – Centraal Museum Utrecht in het voormalige Agnietenklooster
Dertig jaar later wordt de collectie van de stad samengevoegd met verschillende particuliere collecties en ondergebracht in één 'centraal' museum in het voormalige klooster aan de Agnietenstraat. Daarmee ontstaat op deze plek het ‘Centraal Museum’: een plek waar de geschiedenis en kunst van Utrecht samenkomen.
Op de bovenverdieping is schilderkunst te vinden, op zolder de collectie die we nu stadsgeschiedenis noemen en beneden in de nieuwe vleugel worden stijlkamers ingericht. Verder is in de eetzaal beeldhouwwerk te zien en in de voormalige keuken Romeinse en Germaanse voorweerpen.
Sinds de opening in 1921 zijn in het Centraal Museum ook de collecties van het genootschap Kunstliefde, het Aartsbisschoppelijk Museum en het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid te zien.
Interieur van een stijlkamer van het Centraal Museum (Agnietenstraat 1) te Utrecht: Lodewijk XIV-kamer met het poppenhuis.
1930 – Utrechtse iconen: het Schip
Het museum verzamelt in de loop der tijd diverse Utrechtse iconen. Zo wordt het in 1930 aan de Van Hoornekade in Utrecht het 'Utrechtse schip' gevonden. Het meet 17,8 bij 3,8 meter en de bodem van het schip bestaat uit een uitgeholde eik. Uit jaarringenonderzoek is gebleken dat het schip tussen 997 en 1027 is gebouwd. Voor plaatsing van het schip moet tijdelijk een muur onder de Foyer worden verwijderd.
1985 – Rietveld Schröderhuis
In 1970 richt Truus Schröder de Stichting Rietveld Schröderhuis op. Daarmee wil ze de toekomst van het huis waarborgen. Na haar overlijden in 1985 wordt het huis grondig gerestaureerd en geeft de stichting het huis in beheer van het Centraal Museum. Het Utrechtse museum wordt daarmee verantwoordelijk voor het openstellen van de museumwoning en het behoud van het huis en het archief. Sinds 1987 is het Rietveld Schröderhuis toegankelijk voor publiek.
2006 – Opening dick bruna huis
Op 18 februari 2006 gaan de deuren van het dick bruna huis open, recht tegenover het Centraal Museum. Het is een dépendance van het museum. Centraal staat het werk van Dick Bruna: zijn kinderboeken en zijn grafische ontwerpen.
2013- Verzelfstandiging
In 2013 verzelfstandigt het museum. Het gebouw en de collectie blijven eigendom van de gemeente. Twee jaar later worden dick bruna huis en Centraal Museum grondig verbouwd. De ingang van het Centraal Museum verhuist naar de Agnietenstraat. Het dick bruna huis heropent als nijntje museum.
2016 - Vernieuwd museum na verbouwing
Na de opening in 2016 verdubbelen de bezoekersaantallen. Het museum richt zich op de toekomst met onder meer een verbeterde routing en een publieksbalie, en een winkel en informatiecentrum op de plek waar vroeger in het klooster de kapel was.
In het oude kloostergebouw konden bezoekers naar hartenlust dwalen en genieten van vele hoogtepunten, zoals het 17e-eeuwse poppenhuis en het schip.. In de Stallen worden regelmatig tentoonstellingen georganiseerd. De Refter (nu Foyer) vormt letterlijk een brug tussen de twee gebouwen.
2022 - Landhuis Oud Amelisweerd
Van 2022 tot en met 2027 is het Centraal Museum te gast in Landhuis Oud Amelisweerd. Deze prachtige, historische buitenplaats vormt zes jaar lang, van de lente tot en met de herfst, het decor voor een solotentoonstelling van een gerenommeerde Nederlandse kunstenaar van nu. De programmering is een partnerproject van Hartwig Art Foundation.
Binnen deze programmalijn staat de artistieke praktijk centraal. Kunstenaars krijgen de ruimte om bestaand of nieuw werk te tonen in relatie tot de historische omgeving van de prachtige, historische buitenplaats. De wisselwerking tussen hedendaagse kunst, erfgoed en landschap vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt.
2023 - Opening nieuwe nijntje museum
Het oorspronkelijke nijntje museum, geopend in 2016, bleek enorm populair en al snel te klein voor de ruim 175.000 bezoekers per jaar. Daarom werd besloten het monumentale pand aan de Agnietenstraat in Utrecht uit te breiden met een moderne uitbouw.
In juni 2023 opent het nieuwe nijntje museum haar deuren. Het museum is na de verbouwing bijna verdubbeld in oppervlakte en heeft een nijntje museumcafé, een 360 graden projectieruimte en nieuwe themaruimtes.
2023 - Opening Collectie Centraal
Op 16 december 2023 opent de nieuwe vaste collectieopstelling van het Centraal Museum. De vernieuwde presentatie bevat een veelzijdige verzameling kunst en objecten van makers uit het verleden en het heden. In meer dan 400 objecten komen alle deelcollecties aan bod: oude, moderne en hedendaagse kunst, mode, design en stadsgeschiedenis. Collectie Centraal toont tientallen recente aanwinsten die niet eerder te zien zijn geweest
Nieuw aan de presentatie is de wijze waarop de kunstwerken worden gepresenteerd: er is nu een vast parcours met een duidelijk begin en einde, ontworpen en vormgegeven door Lies Willers en Bureau Caspar Conijn. Collectie Centraal is in de basis chronologisch, maar geeft eveneens ruimte aan hedendaagse interventies.










