In 1948 werd met diverse feestelijkheden het 1900-jarig bestaan van Utrecht gevierd. Als startpunt was het jaar 48 genomen, toen de bouw van een castellum op het tegenwoordige Domplein zou zijn gestart.

De tentoonstelling Utrecht's Kunst was zowel door het Centraal Museum als het toenmalige Aartsbisschoppelijk Museum opgezet. In grote trekken werd de ontwikkeling van duizend jaar Utrechtse kunst geschetst. Alleen al om te vertellen welke lijn gevolgd was, had de tentoonstellingscatalogus 19 bladzijden voorwoord nodig.

Er waren voorwerpen te zien, afkomstig uit een Frankische goudschat die negen jaar eerder bij Rhenen was gevonden. Andere trekpleisters waren de zogeheten worgdoek van St. Cunera ("onwaardeerbaar zeldzaam", aldus het Utrechts Nieuwblad), toen nog in het bezit van het Oud-Katholiek Museum, nu behorend tot de collectie van Museum Catharijneconvent, en kerkgewaden van St. Bernulfus en David van Bourgondië.

Verder ruim 50 schilderijen, van onder meer Abraham Bloemaert, Pieter Saenredam, Joachim Wttewael, Paulus Moreelse en Jan van Scorel. Diens portret van George van Egmont (Joris van Egmond) was indertijd particulier bezit, maar wordt nu bewaard door het Rijksmuseum.

Ook werd ivoorsnijwerk tentoongesteld, naast zilverwerk van onder meer de broers Van Vianen.

De tentoonstellingen Romeins Utrecht en Utrecht's Kunst trokken 29.252 bezoekers.

Documentatie

  • Utrecht's kunst in opkomst en bloei 650-1650, [voorw. C.H. de Jonge, D.P.R.A. Bouvy], Centraal Museum (Utrecht, 1948) (112 p., 16 p. pl.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!