Op vrijdagmiddag 11 mei 1956 opende koningin Juliana in het Centraal Museum de tentoonstelling Uit koninklijk bezit. Te zien waren schilderijen, grafiek en sculpturen, maar ook documenten en onderscheidingen, benevens nogal wat door het volk geschonken prullaria, in de catalogus aangeduid als preciosa, dit alles voornamelijk afkomstig uit het Koninklijk Huisarchief.

Als onderwerp van de tentoonstelling was gekozen de periode die begon met koning Willem I. De tentoongestelde objecten, zo'n 580 in totaal, waarvan het merendeel nog nooit was geëxposeerd, waren in historische orde gerangschikt.

De onkosten voor deze tentoonstelling werden geheel door het gemeentebestuur van Utrecht voor zijn rekening genomen. De opbrengst van de tentoonstelling was bestemd voor het vluchtelingenwerk. Aanvankelijk zou de tentoonstelling tot 15 juli bezocht kunnen worden, maar wegens succes werd ze met een maand verlengd.

In 1996 was er opnieuw een tentoonstelling Uit koninklijk bezit, die Den Bosch, Leeuwarden en Den Haag zou aandoen. Ook toen ging het om voorwerpen uit het Koninklijk Huisarchief en door de Huisarchivaris aangeduid als "een merkwaardig conglomeraat"; Martin Sommer noemde het in de Volkskrant een ratjetoe. De herkomst van de geëxposeerde voorwerpen ging bij deze tentoonstelling terug tot de 16e eeuw, met o.a. het Smeekschrift der Edelen aan Margaretha van Parma (1566).

Documentatie

  • Uit koninklijk bezit : tentoonstelling ten bate van de ontheemden, [voorrede M. Elisabeth Houtzager], Centraal Museum (Utrecht, 1956) (112 p., LXIV p. pl.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!