Thérèse Schwartze (Amsterdam, 1851 – 1918)
Portretgroep van mevr. A.G.M. van Ogtrop-Hanlo (1871-1944) met haar vijf kinderen
1906
olieverf op doek, 199 x 175 cm
Collectie Centraal Museum, Utrecht (aankoop 2009; was bruikleen sinds 1948)
inv. nr. 10254

In 1906 werd Aleida van Ogtrop-Hanlo samen met vijf van haar kinderen door Thérèse Schwartze geportretteerd. Schwartze was omstreeks 1900 een van de belangrijkste societyschilders in Nederland. Haar klantenkring bestond uit de adellijke en burgerlijke elite in Amsterdam en Den Haag, Ook leden van het koningshuis poseerden voor haar.

Op de portretgroep wordt Aleida van Ogtrop-Hanlo omringd door, van links naar rechts, Adriënne (‘Zus’), Pieter (‘Piet’), Maria (‘Misel’), Eugènie (‘Toetie’), en Adèle (‘Kees’). Het jongste kind, Joanna (‘Jennie’) was nog niet geboren. Echtgenoot Henricus Joannes van Ogtrop liet zich in dezelfde tijd door Isaac Israels portretteren, staand, in rokkostuum en met een sigaar in de hand.
De verschillen tussen de beide portretten zijn groot, wat Van Ogtrop blijkbaar ook beoogde. Zo liet hij zichzelf zien als een bekwaam zakenman en bestuurder. Het beeld van zijn vrouw en kinderen is daarentegen landelijk dromerig, de kleding is rijk en de kleurstelling van het geheel is poëtisch. Schilderkunstig trad Thérèse Schwartze hier in de voetsporen van de beroemde 18de-eeuwse Engelse portretschilder Thomas Gainsborough.

Henri van Ogtrop was een gezien man in Amsterdam. Hij verdiende zijn geld als commissionair in effecten en had daarnaast verschillende bestuursfuncties, ondermeer bij het Concertgebouw in Amsterdam. Hij was een levensgenieter en liet het graag breed hangen. Toen hij in 1914 vroegtijdig overleed (hij was in 1866 geboren), dompelde hij zijn gezin in grote rouw – én in geldzorgen. De weduwe Aleida kwam het verlies niet te boven en moest in een psychiatrische inrichting worden opgenomen, waar zij in 1944 overleed.
Na de dood van beide ouders besloten de kinderen de twee schilderijen in bruikleen te geven aan een museum. In eerste instantie was dat het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar in 1948 werden ze bij het Centraal Museum ondergebracht. In 2009 boden de erven beide schilderijen aan het museum te koop aan. Het museum besloot niet het portret van Henri van Ogtrop aan te kopen, omdat het al meerdere, meer aansprekende schilderijen van Israels in de collectie heeft. Maar de grote projectgroep van Aleida van Ogtrop met haar kinderen kocht het museum aan.

De portretgroep is een prachtig schilderij, met zwier en vaardigheid geschilderd. Het geeft een goede impressie van het zelfbeeld van de hogere klasse in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw. Een schilderij, kortom, dat het waard is om behouden te blijven voor de openbaarheid, als nationaal cultureel erfgoed.

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!