In deze presentatie ziet u 13 ontwerpen van de Utrechtse architect en meubelmaker Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964) in combinatie met beeldende kunst uit de Van Baarencollectie.

Gerrit Rietveld
De ontwerpen van Rietveld in deze opstelling dateren uit de periode 1915-1942. Tot aan de bouw van het Rietveld Schröderhuis in 1924 was Rietveld vooral als meubelmaker werkzaam. In 1919 werd hij lid van De Stijl; onder invloed van deze avant-garde kunststroming ging hij zijn ontwerpen schilderen in de bekende kleuren rood, geel en blauw gecombineerd met wit, grijs en zwart. Ook experimenteerde hij met asymmetrische vormen.
Hoewel Rietveld na 1924 zijn meubelwerkplaats van de hand deed en het liefst fulltime als architect aan de slag was gegaan, ontwierp hij nog veel meubilair. De typische Stijlkenmerken verdwenen. Hij gebruikte metaal, hout, glas en andere, in die tijd moderne materialen. Zijn uitgangspunten veranderden niet: hij wilde eenvoudige en betaalbare meubelen maken die machinaal te produceren zijn. Uit losse schetsen en korte aantekeningen valt af te leiden hoe hij werkte en wat hem voor ogen stond. Een kleine selectie van deze documenten, die worden bewaard in het Rietveld Schröder Archief, is te zien in de presentatie Architectuur van Rietveld in Expo 6.

Rietveldcollectie
De Rietveldcollectie van het Centraal Museum bestaat uit circa 300 objecten. Een groot deel is persoonlijk door Rietveld geschonken ter gelegenheid van zijn eerste overzichtstentoonstelling in 1958. Ook het Rietveld-Schröderarchief wordt door het Centraal Museum beheerd. De hele collectie, inclusief archief, is via Ontdekken te bekijken.
Wist u dat in het Rietveld Schröderhuis permanent een mooie selectie meubelen van Rietveld te zien is?

De Van Baarencollectie: gematigd modernisme
De collectie Van Baaren, die sinds 1980 als bruikleen is ondergebracht in het Centraal Museum, omvat de voormalig particuliere collectie van de Utrechtse broer en zus Lambertus en Josephina van Baaren. Zij verzamelden voornamelijk Franse schilderkunst uit de periode 1850 - 1950 en Nederlandse schilder- en beeldhouwkunst uit dezelfde tijd.

De Van Baarens hadden een behouden smaak; pas toen ze in de jaren ’50 besloten dat de collectie na hun overlijden bijeen moest blijven, voerden ze een inhaalslag uit om moderner werk toe te voegen. Ze kochten vooral bij kunsthandel J.G. Nieuwenhuizen Segaar in Den Haag, waarmee Bremmer altijd zaken had gedaan en die daarom hun vertrouwen genoot. In 1955 en ’56 kocht Josephina daar drie abstracte gouaches van Herbin en twee gouaches van Severini. Later kocht Lambertus nog een paar conventionelere Herbins. Een vreemde zonderling is het schilderij van Albert Bitran, de laatste aankoop van Lambertus in 1962. Opvallend ruim vertegenwoordigd is Lydia Radda, pseudoniem van Julie Maistre-Florent, een minder succesvol gebleken ontdekking van Bremmer; de Van Baarens verwierven maar liefst 26 schilderijen van deze kunstenares.

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!