Van augustus 1963 tot en met december 1972 werd elke maand speciale aandacht geschonken aan een of meerdere objecten uit de collectie van het Centraal Museum.
In november 1964 was een afbeelding van de heilige Nicolaas het Kunstwerk van de maand. De voorstelling is geschilderd op de buitenzijde van de linkervleugel van een drieluik uit circa 1521. Het altaarstuk is afkomstig uit het karthuizerklooster Nieuwlicht dat in 1393 even ten noorden van Utrecht aan de Vecht gesticht was. Het middenstuk stelt als hoofdtafereel het Laatste Avondmaal in een rijk versierde zaal voor, terwijl in een doorkijkje van deze ruimte de Voetwassing plaats vindt. Op de binnenkant van het linkerluik zouden zijn afgebeeld Petrus Zas, prior van het klooster, zijn neef Vincentius Pauw (?-1538) en diens broer Jacobus Pauw (1494/1495-1545). Op de binnenzijde van het rechterluik zou Digna Zas (?-?) zijn geportretteerd, tante van de drie stichters op het linkerluik. Alle vier werden begraven in het klooster Nieuwlicht.

Op de buitenzijden van de luiken staan rechts Catharina van Alexandrië en zoals gezegd links Nicolaas. Op de afbeelding met de bisschop van Myra zijn ook de drie arme jongetjes te zien, die gastvrijheid zochten bij een herbergier (of slager), die de knaapjes opving en 's nachts in stukken sneed, waarna hij de resten in een pekelvat stopte. Nicolaas doorzag het gebeurde en raakte met zijn staf het pekelvat aan; terstond verrezen de knapen en dankten hun redder. Of er vanwege de stichters of het klooster een speciale reden was om de H. Nicolaas op het altaarstuk af te beelden, is niet bekend. Zeker is wel dat Nicolaas sinds de middeleeuwen een van de meest volkse en geliefde heiligen is gebleven.

In 1939 was het drieluik nog te zien op een tentoonstelling van het Rijksmuseum. Het was toen eigendom van Jacques Goudstikker (1897-1940), een gerenommeerde joodse kunsthandelaar. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan zijn bloeiende kunsthandel en uiteindelijk ook aan zijn leven. Zijn collectie werd in beslag genomen door de nazi’s in juli 1940. Een deel werd na de oorlog teruggevonden door de geallieerde mogendheden en in bewaring gegeven aan de Nederlandse staat. In 1946 hing het werk op de tentoonstelling Herwonnen kunstbezit in het stadhuis van Heerlen.
Vanwege de Utrechtse herkomst kreeg het Centraal Museum het altaarstuk in 1948 in bruikleen van de toenmalige Dienst voor 's Rijks Verspreide Kunstwerken, het later Instituut Collectie Nederland. In 2006 werd het altaarstuk na een claim aan de erven Goudstikker teruggegeven. Vier jaar later kocht de Stichting Van Baaren het werk op verzoek van het Centraal Museum van de erven, waarna het Centraal Museum het in langdurig bruikleen van de Stichting kreeg. Het altaarstuk maakte nog tot het voorjaar van 2011 deel uit van een reizende tentoonstelling (Reclaimed: Paintings from the Collection of Jacques Goudstikker) door de Verenigde Staten.

Documentatie

  • Kunstwerk van de maand november 1964, Centraal Museum (Utrecht, 1964)

Collectie in deze tentoonstelling

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL: https://hdl.handle.net/21.12130/exhibit.5F6B88DD-9DEB-40F3-ACFA-D809BC500678

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!