Een van de meest vooraanstaande Nederlandse surrealisten is de Utrechtse schilder J.H. (Jopie) Moesman (1909-1988). Zijn 'Portret van Gabriël Smit' was in februari 1968 kunstwerk van de maand. Alle kunstwerken werden schriftelijk toegelicht, zo ook dit portret. Uitgelegd werd wat men onder surrealisme moest verstaan: "Het is de kunst van het onderbewuste, van het psychisch-automatisme en dat brengt met zich mee een diep speuren in zichzelf, een blootleggen van allerlei gevoelens en drijfveren, ook de minder fraaie, een soort van kunstzinnige psycho-analyse (deze kunst is ondenkbaar zonder de theorieën van Freud en zijn medestanders omtrent het onderbewuste), waarvan het resultaat dan de vele schilderijen zijn, meest heel exact geschilderd, met hun vreemde, immers uit het diepste persoonlijke zelf voorkomende symboliek, een symboliek die dikwijls associatief is." Waarschijnlijk wordt niet voorkomende, maar voortkomende symboliek bedoeld, maar ook met deze correctie blijft het een 'moeilijke' tekst. Het is de vraag of daarmee het kunstwerk toegankelijker gemaakt werd voor de geïnteresseerde museumbezoeker anno februari 1968.

Het portret is dat van de dichter, essayist, kunstcriticus, politicus en journalist Gabriël Smit (1910-1981). Het schilderij is uit 1931; de geportretteerde zou twee jaar later bij de Gooi- en Eemlander zijn journalistieke carrière beginnen. De afbeelding laat zich als volgt omschrijven. De kop van Smit wordt voorgesteld als groot, doorschijnend 'masker' waarvan alleen neus- en mondpartij, haar, bril en wenkbrauwen zijn uitgevoerd. Het 'masker' is in een kustlandschap overeind gezet zonder dat zichtbaar is waarop; de strandlijn van een naar de kim open baai zet zich achter het masker en de brilleglazen voort, die wel pupillen (afgebeeld als 'stippen aan de horizon') maar geen ogen bedekken. De rechterwangpartij wordt gevormd door een deel van het strand. Voor de kop een dode vogel en een anker op een als een vis gevormde ondergrond; in het water een school vissen; op de wenkbrauwen van het masker krioelen insekten.

Het anker is op dezelfde manier afgebeeld als de druipende, dan wel smeltende horloges die Salvador Dali eveneens in 1931 schilderde.

Moesman had het doek aanvankelijk als verjaarscadeau aan zijn vriend Smit gegeven. Toen hij het schilderij later wilde opnemen in een tentoonstelling, bleek dat het schilderij door onzorgvuldig handelen van Smit nogal beschadigd was geraakt. In een brief die begint met "Beste vriend, vuile ploert" riep hij Smit ter verantwoording; het doek bleef daarna in het bezit van Moesman die het in 1967 aan het Centraal Museum schonk.

Van augustus 1963 tot en met december 1972 werd elke maand speciale aandacht geschonken aan een object uit de collectie van het Centraal Museum.

Documentatie

  • Kunstwerk van de maand februari 1968, Centraal Museum (Utrecht, 1968)

Collectie in deze tentoonstelling

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL: https://hdl.handle.net/21.12130/exhibit.56407668-BD2C-4DD3-A262-11D5B5B16188

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!