De schilder Johannes de Veer behoort tot de minder bekende Utrechtse kunstenaars uit de 17e eeuw. Hij werd ca. 1610 in Utrecht geboren en stierf er in 1662. Omstreeks 1635 maakte hij een reis naar Rome, wat invloed heeft gehad op de manier waarop hij de belichting in zijn werk toepaste.

Op de Aanbidding van de herders, geschilderd rond 1650 en in december 1969 kunstwerk van de maand, zijn enkele merkwaardige details te zien. Zo bevindt zich onder de herders rechts een "negertype", zoals dat in 1969 werd omschreven. Wellicht meende de schilder dat er naast een "zwarte koning" ook een "zwarte herder" diende te zijn; mogelijk is echter dat hij het heeft bedoeld als een curiosium. Verder valt op dat de groep herders min of meer weggedrukt wordt door twee vrouwelijke figuren op de voorgrond. Ook het meisje naast Maria wordt prominent afgebeeld en verdringt Jozef naar de achtergrond. Daarbij valt op dat de grootste staande figuur zowel door Maria als door het kind wordt aangekeken. Misschien gaat het om portretten, bijvoorbeeld van de voor ons onbekende opdrachtgeefster en haar dochters. Een andere mogelijkheid is dat De Veer zijn vrouw, met wie hij in 1640 was getrouwd, en kinderen heeft afgebeeld.

Het middengedeelte van het schilderij bestaat wat de compositie betreft uit een driehoek met Maria, Jozef, het kind en een van de meisjes. De meeste figuren houden hun blik gericht op dit centraal gedeelte. Alleen de herder uiterst links kijkt over de hoofden heen, terwijl het meisje de toeschouwer van het tafereel aankijkt . Het dynamisch aspect, dat zo typisch is voor de 17e eeuw, wordt hoofdzakelijk verkregen door een diagonale opbouw in het schilderij. De kleuren die werden gebruikt, zijn voornamelijk donker. Alleen bij het middengedeelte zijn enkele heldere kleuren gebruikt. Ook door de lichtinval heeft de kunstenaar in dit middengedeelte een accent weten te leggen. Merkwaardig is dat niet alleen Maria en kind, maar ook de drie vrouwenfiguren door deze lichtinval worden geaccentueerd.

Het doek werd in 1918 aangekocht en behoorde enige jaren tot de vaste collectie. In de periode 1925-1930 werd het in bruikleen gegeven aan de Rijkskweekschool. Van juli 1940 tot en met juli 1942 was het schilderij 'afgestaan' aan de Duitse bezetter, samen met een portret van de hand van Ferdinand Bol; beide schilderijen hingen in de Ortskommandatur. In 1943-1944 verhuisde het naar Paushuize en in 1946 naar de Christelijke kweekschool Rehoboth. Daarna is het niet meer de deur uitgeweest.

Van augustus 1963 tot en met december 1972 werd elke maand speciale aandacht geschonken aan een object uit de collectie van het Centraal Museum.

Documentatie

  • Kunstwerk van de maand december 1969, Centraal Museum (Utrecht, 1969)

Collectie in deze tentoonstelling

Duurzame url

Als u naar dit object wilt verwijzen gebruik dan de duurzame URL: https://hdl.handle.net/21.12130/exhibit.695D70FB-85AE-4B6E-B50B-4287A707514F

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!