Janus de Winter (1882-1951) was een Utrechtse schilder en lithograaf. Hij had zijn atelier annex "huisvertrek" aan de Cornelis Houtmanstraat.

Hij begon rond 1907 te schilderen in de stijl van de Haagse school, hoewel hij ook verregaande concessies deed om zijn werk verkocht te krijgen. Bij een eerste bezoek aan De Winter was schilder en kunstcriticus Theo van Doesburg (1883-1931) dan ook niet echt onder de indruk van zijn werk. Dat veranderde toen hij De Winters schilderijen zag, die beïnvloed waren door Wassily Kandinsky (1866-1944). Van Doesburg omschreef De Winter als "wellicht een der zuivere theosofische kunstenaars" en bracht hem in contact met de schrijver, psychiater en idealist Frederik van Eeden (1860-1932). Die vergeleek het belang van het werk van De Winter met dat van Vincent van Gogh: "in meenig opzicht is het meer."

Zijn werk werd ook beïnvloed door de Chinese schilderkunst. Vanaf 1923 woonde hij afwisselend in Utrecht en Parijs.

Van 22 november 1985 tot en met 18 februari 1986 werd in het Centraal Museum een overzichtstentoonstelling gehouden. Naast gouaches, pastellen en litho's van De Winter waren tekeningen van Van Doesburg te zien.