Het Utrechtse schip werd tussen 997 en 1027 gebouwd. Een grote eik was uitgehold om als bodem van het vrachtschip te fungeren, waarna een opbouw van planken en balken werd geplaatst. In 1930 werd het 17 meter lange schip tijdens werkzaamheden aan de Van Hoornekade gevonden. Het scheepswrak werd via een speciaal gebouw spoorlijntje naar de Vecht getransporteerd en vandaar per schip naar het Centraal Museum, waar een keldermuur was opengehakt om de resten van het oude schip naar binnen te brengen. Daar werd het hout geconserveerd met een mengsel van creosoot (een teerproduct) en lijnzaadolie. De geur daarvan vult nog steeds de ruimte. Sinds 1936 wordt het Utrechtse schip tentoongesteld in het Centraal Museum.

In 2002 werd het schip in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie (NISA) in een nieuw jasje gestoken door de museale presentatie te moderniseren.

Collectie in deze tentoonstelling