Een tentoonstelling van het werk van Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013) behoorde tot de zeldzaamheden. Ze werkte onafhankelijk en teruggetrokken en had zich bij geen kunstenaarsvereniging aangesloten. Na haar tentoonstellingen in New York (waar ze in 1946 woonde en werkte) en Amsterdam (1947) werd pas in 1956 een nieuwe expositie aan haar werk gewijd. Aanleiding was de opdracht een groot gobelin te ontwerpen voor het nieuwe m.s. Statendam van de Holland-Amerika Lijn. Het wandkleed was in vijf maanden geweven door Joke Haverkorn van Rijsewijk, Nenne Koch, Henriëtte Teensma en Benedikte Herlufsdottir. Het nam een ereplaats op de tentoonstelling in het Centraal Museum in, samen met het vijfluik "Moira" (3,6 meter breed).

Erg enthousiast was Jan Engelman, dichter en kunstcriticus van dagblad De Tijd, niet: "Het tapijt is niet zo doordacht en vast van tekening als dat samengestelde schilderstuk, het is misschien iets te week van kleur, hoewel verfijnd en smaakvol. Het heeft meer van een zeer grote aquarel dan van een gobelin. Men moet niet al te methodisch willen zijn in wat "mag" en "niet mag" bij het beoefenen van een bepaalde techniek, maar men kan toch zeggen, dat Gisèle van Waterschoot ver is gegaan in het nuanceren en de tussentint, bij het ontwerpen van dit weefwerk." Desondanks constateerde hij: "Bij gebreken in haar plastische realisaties, heeft deze schilderes toch gaven en een inhoud, die de aandacht gespannen houdt." Jan Juffermans sr. was minder gereserveerd en schreef in het Utrechts Nieuwsblad over Van Waterschoot: "(...) deze tentoonstelling is rijk aan waarden, die het cachet dragen van een groot en voornaam meesterschap."

Naar aanleiding van deze tentoonstelling kocht het Centraal Museum een zelfportret van Van Waterschoot aan.

Overigens was eerder dat jaar naar buiten gekomen dat de Amsterdams burgemeester Arnold d'Ailly een buitenechtelijke relatie met Van Waterschoot had gekregen. In september kondigde hij naar aanleiding van de geruchten zijn aftreden aan: hij wilde plaats maken voor een jongere generatie. In 1959 trouwden ze.

In 1997 werd haar naam gegraveerd in de eremuur in de Tuin der rechtvaardigen bij Yad Vashem, Jerusalem.

Documentatie

  • Gisèle van Waterschoot van der Gracht, [ten geleide M. Elisabeth Houtzager}, Centraal Museum (Utrecht, 1956) ([22[ p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!