"Een moderne tentoonstelling" was een schoolproject van het Centraal Museum. Thema was de 'moderne kunst', en dan vooral de kunst die het meest kenmerkend was voor de 20ste eeuw, kunst zonder herkenbare voorstelling, die bekend staat onder de naam 'modernisme',

In Nederland, zo werd uitgelegd, werden de eerste modernistische kunstwerken in de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw gemaakt. Toen werd het idee verlaten dat kunst aan bepaalde regels zou moeten voldoen. Dat het iets moet voorstellen, een herkenbaar gevoel moet overbrengen, knap gemaakt zijn. Het zijn regels die honderden jaren naar tevredenheid konden worden gebruikt voor de beoordeling van kunst. Maar door de kunstenaars die we tot de modernisten rekenen, zijn ze verlaten. Dat leidde tot onbegrip en weerstand: opmerkingen als "dat stelt niets voor", "het doet me niks" en "dat kan m'n kleine broertje ook" waren dan ook niet van de lucht.

Vanuit welke regels, of beter: normen, de modernisten schilderden, en waarom ze verschillen van de oude normen was het onderwerp van de tentoonstelling die van 16 november 1984 tot en met 30 juni 1985 gehouden werd. Zowel voorbeelden van schilderkunst als van industriële vormgeving waren te zien.

Voor deze tentoonstelling nodigde het Centraal Museum de ontwerper Ed Annink (1956-2012) uit een Postmoderne Stijlkamer in te richten. De vloer, de tafel en het dressoir ontwierp hijzelf. De vloer bestond uit 36 vlakken linoleum van 100 x 100 cm. Ieder vlak was verdeeld in zes verschillende vormen. De vloer was uitgevoerd in samenwerking met Forbo Krommenie. Ook voegde Annink twee 18de eeuwse stoelen uit de collectie van het museum toe om aan te geven dat elk ontwerp zowel tijdgebonden als tijdloos kan zijn. In het midden stond een bolvormige oranje stofzuiger van Ebbing/Haas, alsof de bewoner even tijdens het opruimen een pauze had ingelast. De kamer was door spiegels begrensd, waardoor de bezoekers zichzelf en de objecten eindeloos weerkaatst zagen.
Ghislain Kieft, kunsthistoricus aan de Universiteit Utrecht, zag in het interieurontwerp van Ed Annink een poging om de "conceptuele onderscheiding en intellectuele fragmentatie van menselijk gedrag een ruimtelijke plaats en reële materialisatie te geven." (De post-moderne stijlkamer van Ed Annink: een verknipt interieur in Items 16 1985). De design- en kunstcriticus Max Bruinsma omschrijft hem als "een meester in het scheppen van stimulerende verwarring."
Naar aanleiding van Anninks overlijden was vanaf 12 oktober 2012 zijn postmoderne stijlkamer enkele weken in het Centraal Museum te zien geweest.