Het woord 'dumb' kan zowel dom als stom (sprakeloos) betekenen. In Engeland werd het werk van Ian Davenport spottend 'dumb' genoemd. Davenport eigende zich vervolgens de term als geuzzennaam toe. Zo ook het Centraal Museum dat daarmee in de zomermaanden van 1992 aandacht vroeg voor een soort schilderkunst die als moeilijk toegankelijk te boek staat. Het werk van de deelnemende kunstenaars is puur visueel en verwijst alleen naar zichzelf: "wegdromen kan niet, associaties worden tegengegaan", aldus een toelichting op de tentoonstelling.

Deelnemende kunstenaars waren de Engelsman Ian Davenport (1966), de Fransman Bernard Frize (1949), de Nederlanders Nan Groot Antink (1954), Klaas Kloosterboer (1959) en Peter Zegveld (1951), de Amerikaan Steven Parrino (1958), de Duitser Günther Umberg (1942) en de Belgische Marthe Wéry (1936-2005). Zowel Zegveld als Wéry hadden speciaal voor deze tentoonstelling een installatie gemaakt.

De tentoonstelling was mede mogelijk gemaakt door de Association Française d'Action, de British Council en het Institut für Auslandsbeziehungen.

Documentatie

  • Dumb painting : Ian Davenport, Bernard Frize, Nan Groot Antink, Klaas Kloosterboer, Steven Parrino, Günther Umberg, Marthe Wéry, Peter Zegveld, eindred. Marja Bosma, Marjan Groothuis, Centraal Museum (1992) (48 p.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!