tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van Dirkje Kuik

Op 18 maart 2008 overleed de Utrechtse schrijfster en beeldende kunstenares Dirkje Kuik. Zij liet naast haar uitgebreide literaire werk een karakteristiek oeuvre na van grafiek, tekeningen en illustraties.

Dirkje Kuiks leven en werk zijn stevig in Utrecht geworteld. Ze woonde lang in het ouderlijk huis aan de Oudekamp, waar haar vader eerst een houtsnijderatelier had en haar moeder later een bric-à-bracwinkeltje inrichtte; een jeugd doordrenkt met ambachtelijkheid, fantasie en geschiedenis. Voortijdig verliet Kuik de middelbare school om een blauwe maandag door te brengen op de Amsterdamse Rijksacademie. Gestimuleerd door de Utrechtse kunstenaar Dick van Luijn ging ze zich daarna zelfstandig wijden aan het tekenen en de ontwikkeling van grafische technieken.

Nadat in 1964 een hardnekkige oogontsteking werd geconstateerd, ging Kuik gedichten schrijven, die door vriend Jacques Boersma (Alain Teister) meteen werden gepubliceerd in het Hollands Maandblad. De grote doorbraak kwam toen het boekje Utrechtse Notities werd uitgegeven, dat Kuik ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van Boekhandel Broese had geschreven, in 1970 bij Meulenhoff in Amsterdam. Ze ontving er de Amsterdamse Prozaprijs voor. Sindsdien heeft ze diverse verhalen- en gedichtenbundels, romans, thrillers alsmede een toneelstuk gepubliceerd, vaak verluchtigd met tekeningen van haar hand.

Voor Vrij Nederland tekende Kuik rond 1962 politieke prenten onder het pseudoniem ‘Slachters Keesje’. Daarnaast verschenen haar kunstkritieken in Het Parool en was ze lid van de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf. In 1964 richtte Kuik samen met Henc van Maarsseveen en Jopie Moesman het Grafisch Gezelschap ‘De Luis’ op, waarvan ze jarenlang de drijvende kracht was. Vanaf dat moment bloeiden de grafische kunsten in Utrecht als nooit tevoren, terwijl de ontwikkelingen binnen de moderne kunst grotendeels aan de stad voorbij gingen. Evenals veel van haar boeken is het beeldend werk van Dirkje Kuik doortrokken van een hang naar het verleden.

Het Centraal Museum toonde de map Tien gezichten op Utrecht die Kuik in 1972 maakte in opdracht van de vereniging Oud-Utrecht. De litho's vormen een neerslag van vijftien jaar architectuurtekeningen van de stad, “direct op de steen getekend naar krabbels, buitenschetsen en uitgewerkte tekeningen”, waarbij de fantasie de werkelijkheid overwoekert en bijkans verwoest: de Utrechtse bruggen en gebouwen zijn tot ruïnes vervallen. In een interview in 1970 zei ze: “Ik heb de neiging een gebouw tot een ruïne te maken. Maar ik laat altijd iets groeien uit het verval. Ik laat het niet alleen maar kapot gaan. De begroeiing toont een optimisme: ik heb plezier in verval.”

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!