De tentoonstelling 'Belgische schilderkunst van 1890 tot heden' in het Centraal Museum werd op 26 maart 1966 geopend door de ambassadeur van België, F.X. baron van der Straten-Waillet; verder waren er twaalf ambassadeurs aanwezig, consuls, ambassaderaden, hoogleraren en vele binnen- en buitenlandse kunstenaars. Kortom, een opening waarop dr. M.E. Houtzager, directrice van het Centraal Museum, een patent op leek te hebben.

De expositie werd georganiseerd in het kader vaa het Belgisch-Nederlands Cultureel Verdrag in nauwe samenwerking met het Belgisch Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur te Brussel. Voor het eerst werd in Nederland een overzicht van de Belgische schilderkunst in de 20e eeuw gegeven. Eerdere tentoonstellingen met werk van Belgische kunstenaars hadden ofwel het werk van een bepaalde kunstenaar, ofwel een groep of stroming als onderwerp.

Er waren 148 werken van circa 100 kunstenaars bijeengebracht. De journalist van dienst die voor het dagblad De Tijd een eerste impressie moest schrijven, vond het een boeiende opzet: "Men toont zoveel mogelijk de stromingen in chronologische samenhang zonder echter te verstarren in etiketten-plakkerij. Bij de keuze is men uitgegaan van schilderijen die voor iedere geïnteresseerde gemakkelijk toegankelijk zijn. Het is een goede, overzichtelijke tentoonstelling geworden, waarop telkens zoveel mogelijk aspecten in een stroming te zien zijn."

Een maand later was kunstcriticus Frans Duister(1931-2010) in dezelfde krant minder enthousiast. "Te kijken valt er dus genoeg, namen te noemen ook, want ze zijn [er] allemaal, grotere en kleinere, gevestigde en in opspraak zijnde namen. Op zich is dat natuurlijk uniek, vooral omdat in ons land in de loop van de jaren wel vele tentoonstellingen van Belgische schilderkunst zijn gehouden maar meestal op één onderwerp of zich bepalend tot één kunstenaar. (...) Wanneer men de namen leest der Belgische kunstenaars die in Utrecht aanwezig zijn met werk, dan mag men grote verwachtingen koesteren. Edoch, het valt in werkelijkheid tegen. (...) In het Centraal Museum heeft men de bedoeling gehad de etappes van de algemene ontwikkeling van de Belgische kunst aan te duiden. Zo zijn de werken van vele kunstenaars over vele zalen verdeeld zodat de nadruk niet is komen te liggen op sommige sterke persoonlijkheden maar op de evolutie, de etappes en de stromingen in de chronologische samenhang. Te beginnen met het magistrale schilderij 'De intrige' van James Ensor, een van die bijzondere impulsen die het kunstzinnige leven in België sedert 1890 op gezette tijden heeft gekend en te eindigen met de actuele kunst die in de Tuinzaai van het Centraal Museum is ondergebracht, overigens een deel van de tentoonstelling, waarmee men niet helemaal gelukkig kan zijn. Namen noemen tot de tweede wereldoorlog is niet zo moeilijk, laten zien wat men te pakken kon krijgen ook niet. De afknapper komt veel later, bij de jongeren. Wat dezen betreft is er beslist wel een heel andere en betere keuze te maken."

bronnen:
De Tijd: dagblad voor Nederland, 26 maart 1966
De Tijd: dagblad voor Nederland, 26 april 1966

Documentatie

  • Belgische schilderkunst van 1890-heden, [verantwoording Maria Elizabeth Houtzager ; inleding door J. van Lerberghe], Centraal Museum (Utrecht, 1966) (89 p., [49] p. pl.)

Collectie in deze tentoonstelling

  • In deze tentoonstelling waren geen objecten uit de collectie van het Centraal Museum te zien

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!