Bij de oprichting in 1883 kreeg de "Vereeniging Rembrandt" als ondertitel mee "tot behoud en vermeerdering van kunstschatten in Nederland".

Het eeuwfeest van de Vereniging was uiteraard de aangewezen gelegenheid om te laten zien welke concrete resultaten die dubbele doelstelling voor de musea heeft gehad.

In 1924 mocht het Centraal Museum, dat sinds de aanstelling in 1920 van jkvr. dr. C.H. de Jonge tot conservatrice geleidelijk van een historisch museum naar een kunstmuseum evolueerde, voor de eerste keer een beroep doen op de Vereniging. Het ging om de aankoop van een aan Hendrik ter Brugghen toegeschreven "Lachende vrouwekop". In de periode 1924-1983 heeft de Vereniging het museum 53 maal terzijde gestaan bij de uitbreiding en aanvulling van zijn verzamelingen schilderijen, tekeningen en zilver. In de catalogus bij de jubileumtentoonstelling die van 2 september tot en met 16 oktober 1983 werd gehouden, werden als hoogtepunten genoemd De bewening van Christus (aangekocht 1930), en de Madonna met de wilde rozen (1958), beide van Jan van Scorel, de Koppelaarster (1950) van Gerard van Honthorst Honthorst, het kleine Bloemstilleven (1943) van Saverij en het zilver van Adam en Paulus van Vianen.

Documentatie

  • Honderd jaar Vereniging Rembrandt, [cat. Wilma Godschalk], Centraal Museum (Utrecht, 1983) ([12] p.)

Collectie in deze tentoonstelling

Vragen?

Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit tentoonstelling? Laat het ons weten!