Utrecht is in 1830 een stad in beweging. Door een geboorteoverschot groeit de bevolking als kool en daardoor wordt het tussen de oude stadsmuren steeds voller en voller. Om meer licht en lucht in de stad te krijgen, worden vanaf dat jaar de stadsmuren, poorten en bolwerken afgebroken om plaats te maken voor een mooi groen plantsoen. En om de scheepvaart alle ruimte te geven, wordt er een nieuwe haven aangelegd: de Nieuwekade. Toch staan de van oorsprong middeleeuwse werven en werfkelders langs de Oudegracht ook weer veel met handelswaar. Juist na de zeer koude winter van 1829-1830 hebben de Utrechtse handelaren er weer zin in. En even verder, aan diezelfde gracht worden een paar zaaltjes ingericht als stedelijk museum. Het is het prille begin van het huidige Centraal Museum.

1830 – Burgemeester Van Asch van Wijk

In lijn met het nieuw elan is in 1830 ook een nieuwstadhuis opgeleverd, opgetrokken in neoclassicistische stijl. Als verwoed amateurhistoricus vindt burgemeester H.M.A.J. van Asch van Wijck dat er daar ook een museum moet komen voor de vele oudheidkundige voorwerpen die al sinds jaar en dag door de gemeente zijn verzameld en die betrekking hebben op de stad Utrecht. Het exposeren is bovendien een goede gelegenheid om alles eens goed te bekijken en te inventariseren. En wie weet kan er nog wel veel meer worden aangeschaft! Uiteindelijke worden de objecten in vier kamers op de bovenste etage van het stadhuis tentoongesteld.

Grolman X24471 - 38740.jpg
A.E. Grolman, Interieur van het stadhuis te Utrecht: het Stedelijk Museum van Oudheden op de tweede verdieping, 1889, collectie Het Utrechts Archief

1838 – Het Stedelijk Museum voor Oudheden

Op een nazomerdag, 5 september 1838, wordt het Stedelijk Museum voor Oudheden officieel geopend. Bewoners vanaf veertien jaar en ouder kunnen het op woensdagmiddag tegen betaling van een kwartje bezoeken. Er is van alles te bekijken, zoals ‘Oud Beeldwerk en ander oudheden, Tekeningen en Schilderijen’ die allemaal wel ‘betrekking hebbend op de Stad Utrecht’. Mannen moeten de bijbehorende catalogus verplicht aanschaffen, maar vrouwen niet…

1874 – Stadsarchivaris Muller verzamelt voor het Museum van Oudheden

Na het overlijden van Burgemeester Van Asch van Wijck in 1843 wordt er nauwelijks meer iets verzameld, totdat stadsarchivaris S. Muller de draad in 1874 weer oppakt. Vier jaar later publiceert hij een nieuwe catalogus voor het ‘Museum van Oudheden’, zoals het museum inmiddels heet. De verzameling telt in die tijd al meer dan tweeduizend voorwerpen.

Muller X37368 - 105795.jpg
Portret van Samuel Muller door W.G. Baer, collectie Het Utrecht Archief

1891 – Buitengoed Hoogeland

In 1887 stelt het Utrechtse gemeenteraadslid A.C.J. van Eelde voor om het buitengoed Hoogeland bij de Biltstraat aan te kopen. Met 15 tegen 9 stemmen gaat de raad akkoord. Voor 260.000 gulden (in 2015 te vergelijken met ruim 3,4 miljoen euro) wordt het landgoed gekocht. Maar niet iedereen vindt dit een goed idee. Een petitie tegen het besluit wordt door zo’n duizend mensen ondertekend en er worden zelfs dreigbrieven geschreven. Daarin wordt Van Eelde te verstaan gegeven dat er zelfs ‘geladen geweren voor hem gereed staan’. Pas in november 1891 wordt bekend dat in het landhuis een museum komt; de oudheden worden verplaatst naar Hoogeland. Het bezoekersaantal in het museum loopt op van 2.000 naar 20.000 bezoekers per jaar.

1921 – Centraal Museum Utrecht in het voormalige Agnietenklooster

Dertig jaar later wordt de collectie van de stad samengevoegd met verschillende particuliere collecties en ondergebracht in één 'centraal' museum in het voormalige klooster aan de Agnietenstraat. Zie daar de oorsprong van de naam Centraal Museum. Sinds de opening in 1921 zijn daar ook de collecties van het genootschap Kunstliefde, het Aartsbisschoppelijk Museum en het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid te zien.

1930 – Utrechtse iconen

Het museum verzamelt in de loop der tijd diverse Utrechtse iconen. Zo wordt het in 1930 aan de Van Hoornekade in Utrecht gevonden 'Utrechtse schip', een van de paradepaardjes van het Centraal Museum. Het meet 17,8 bij 3,8 meter en de bodem van het schip bestaat uit een uitgeholde eik. Uit jaarringenonderzoek is gebleken dat het tussen 997 en 1027 is gebouwd.

1985 – Rietveld Schröderhuis

Na de dood van eigenaresse Truus Schröder in 1985 komt het door Gerrit Rietveld ontworpen huis in handen van de Stichting Rietveld Schröderhuis, die het na restauratie in beheer van het Centraal Museum geeft.

2006 – Opening dick bruna huis

Op 18 februari 2006 gaan de deuren van het dick bruna huis open, recht tegenover het Centraal Museum. Het is een dépendance van het museum. Centraal staat het werk van Dick Bruna: zijn kinderboeken en zijn grafische ontwerpen.

2013 Verzelfstandiging

In 2013 verzelfstandigt het museum. Het gebouw en de collectie blijven eigendom van de gemeente. Twee jaar later worden dick bruna huis en Centraal Museum grondig verbouwd. De ingang van het Centraal Museum verhuist naar de Agnietenstraat. Het dick bruna huis heropent als nijntje museum, hét museum waar peuters en kleuters hun wereld ontdekken.

2016 Vernieuwd museum na verbouwing

Na de opening in 2016 verdubbelen de bezoekersaantallen. Het museum richt zich op de toekomst met onder meer een verbeterde routing en sfeervolle publieksbalie, alsmede een winkel en informatiecentrum op de plek waar vroeger in het klooster de kapel was. In het oude kloostergebouw kunt u naar hartenlust dwalen en genieten van vele hoogtepunten, zoals het 17e-eeuwse poppenhuis en het schip, alsmede bijzondere tentoonstellingen in Expo 7 en 8. In de stallen, Expo 2 en 3, worden regelmatig tentoonstellingen georganiseerd. De Refter vormt letterlijk een brug tussen de twee gebouwen.

Projectie Mr.Beam op nijntje museum - foto Ivar Pel.jpg
Opening nijntje museum in 2016