In de 19e eeuw "(...) ontdekte Europa de kunst der Oostaziatische volken als Kunst. In het begin van deze eeuw [namelijk de 20e eeuw] begon de ontdekking van de kunst der zgn. primitieve volken. Eerst richtte de aandacht zich op de voortbrengselen der Afrikaanse negers, maar daarna begon ook de belangstelling voor de kunst van Oceanië en Indonesië in Europa en Amerika steeds meer toe te nemen. Zonder de verdiensten van de wetenschap in deze te verkleinen, moet me toch toegeven, dat deze belangstelling vooral uitging van de zijde van de kunstenaars. De invloed van de primitieve kunst op moderne schilders en beeldhouwers is niet te onderschatten, hoe men over de wenselijkheid ervan ook mag denken.

Deze tentoonstelling beoogt de kunst van de eilanden tussen Zuidwest Azië en de westkust van Amerika nader bekend te maken.

(...) Voor wie de kunst der primitieven niet kent, biedt deze tentoonstelling gelegenheid kennis te maken met een nieuwe werled van vreemde en fantastische schoonheid, wie geen vreemdeling op dit gebied meer is, kan hier zijn kennis uitbreiden en verdiepen." (uit de tentoonstellingsbrochure)

Naar aanleiding van de tentoonstelling schreef beeldend kunstenaar en kunstcriticus Kaspar Niehaus (1889-1974) in De Telegraaf van 26 augustus 1950: "Door schrijvers van oudere boeken over kunstgeschiedenis — zeg van een eeuw geleden — was de Griekse kunst, de renaissance en alles wat daarvan afgeleid was, de enige ware. grote en schone. De Egyptische, de moeder der kunst, werd van de hoogte dezer grootheid en bagatelle, hoogstens als een periode van voorbereiding, beschouwd. De gothiek was synoniem met barbarij. De miskenning der barok heeft nog langer geduurd. De bespreking der Oostaziatische ging de grenzen van het gewone comische te buiten. De neger- en Oceanische kunst en die van andere natuurvolken werden doodgezwegen of naar het ethnographisch museum verwezen." Over de objecten die geëxposeerd werden, merkt hij op: "Zij zijn in ieder geval eer subtiel dan primitief te noemen. Allesbehalve week, zacht of glad, maar krachtig, rauw en karaktervol."

De tentoonstelling werd gehouden onder auspiciën van de afdeling Culturele en Physische Anthroplogie van de Koninklijke Vereniging 'Indisch Instituut' (Amsterdam), op initiatief en met medewerking van particulieren te Utrecht.

Documentation

  • Mens en dier in de primitieve kunst van twee oceanen : tentoonstelling onder auspiciën van de afdeling Culturele en Physische Anthrophlogie van de Kon. Ver. "Indisch Instituut" te Amsterdam, op initiatief en met medewerking van particulieren te Utrecht, Centraal Museum (Utrecht, 1950) ([6] p.)

Collection in this exhibition

  • No objects from the Centraal Museum collection were shown in this exhibition

Questions?

Do you have a remark or extra information on this exhibition? Please let us know!