Object
Kast
- Maker
- H.C. Menger
- Title
- Kast
- Dating
- 1874 (samengesteld uit oudere onderdelen)
- Object number
- 835
- Collection
- toegepaste kunst, meubelen tot 1900, kasten
- Materials
- iepenhout, eikenhout, grenenhout, ebbenhout
- Technique
- eikenhout, grenenhout, iepenhout, ebbenhout, zwart gebeitst hout
- Dimensions
- hoogte 212.5 cm
- breedte 184.5 cm
- diepte 72 cm
- Acquisition
- aankoop (1874)
- Physical description
- De bovenkast valt met een sponning, gevormd door een profiellijst, over de bovenregels van de onderkast. De onderkast is opgebouwd uit stijlen en regels, vergaard door enkel en dubbel getoogde pen- en gatverbindingen, met in de zijkanten panelen die rondom met een afgeschuinde kant in groeven vallen. De bolpoten zijn met een pen in de onderregel bevestigd. Het achterschot valt met een afgeschuinde kant in een groef in de bovenregel en de achterstijlen en is tegen de onderregel gespijkerd. De bodem bestaat uit zes korte delen die op voor- en achterregel zijn gespijkerd. De legplank is opgebouwd uit een voor- en een achterregel waartussen zeven korte delen zijn gespijkerd. Hij steunt aan de voorzijde op dragers die tegen de voorstijlen zijn gespijkerd en is met enkel getoogde pen- en gatverbindingen met de achterstijlen vergaard. De deuren bestaan uit twee staande delen met opgelijmde profielen. De bovenkast is opgebouwd uit twee op elkaar gespijkerde kastdelen, te weten het middengedeelte met deuren en het terugspringende bovendeel met de kap. Beide delen zijn opgebouwd uit stijlen en regels, vergaard door enkel en dubbel getoogde pen- en gatverbingen. Het middendeel heeft een zelfde constructie als de onderkast, met een bodem die uit zes korte delen is opgebouwd, een dek uit twee lange delen, en een achterschot uit een enkel liggend deel. De deuren bestaan elk uit een liggend deel met opgelijmde profielen. Het terugspringende gedeelte heeft een achterschot dat is opgebouwd uit vijf staande delen, en op dezelfde wijze bevestigd is als die van het achterschot van de onderkast. De twee buitenste deuren bestaan uit twee staande delen en de middelste uit een enkel staand deel, waarop profielen zijn gelijmd. De zuilen vallen met een ronde pen in het dek van het middengedeelte en in de bodem van de kap die uit een enkel liggend deel bestaat. Het achterschot van de kap is opgebouwd als een raamwerk met twee tussenstijlen; er vallen drie liggende panelen in, rondom met een afgeschuinde kant in een groef. Het dek bestaat uit zeven gespijkerde korte grenenhouten planken en valt in het op de bovenregels gespijkerde lijstwerk. De laden zijn van vurenhouten onderdelen gespijkerd, waarbij de bodem en de zijden in een sponning in de voorkant vallen. Deze is belijmd met eiken fineer. De laden schuiven tussen lopers die tegen de voor- en achterstijlen van de kap zijn gespijkerd. De schoten zijn alle schootveersloten, maar ze zijn verschillend van uitvoering. Het sleutelgat in de rechter onderdeur komt tevoorschijn wanneer het vierkante blok in het midden van de middelste pilaster naar rechts wordt geschoven. Voorts hebben de middelste rechterdeur en de drie deuren in de terugspringende bovenkast een slot.
- Inscriptions and marks
- geen:
- Rights
- Public domain
- Documentation
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1878], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1878) (1878), XV, 237 p.
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1904) (1904)
- Gids door het Stedelijk Museum van Oudheden te Utrecht [1892], door S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1892), 64 p.
- Gids door het Stedelijk Museum van Oudheden te Utrecht [1906], door S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1906), 77 p.
- Gids door het Stedelijk Museum van Oudheden te Utrecht [1913], door S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1913) Stedelijk Museum van Oudheden, 75 p.
- Meubelen tot 1900 : De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht, Reinier Baarsen, Dirk Jan Biemond, Paul van Duin, Anne-Sophie van Leeuwen; red. Willemijn Fock en Ida van Zijl, Centraal Museum (Utrecht, 2005), 324 p.