Go to main content
Veertien lepels
Title
Veertien lepels
Dating
1790
Object type
lepel, bestek
Object number
5322/001-014

Jacob van Nieuwcasteel

meester geworden in Utrecht, 1790, Na zijn opleiding bij de Utrechtse zilversmid Van de Kop heeft Jacob van Nieuwcasteel zich in 1790 als zelfstandig meester gevestigd., in 1818 is zijn bedrijf overgenomen door zijn zoon Jan Jacob van Nieuwcasteel, voor wie hij nadien nog werk heeft uitgevoerd., meester geworden in Utrecht, 1790, Na zijn opleiding bij de Utrechtse zilversmid Van de Kop heeft Jacob van Nieuwcasteel zich in 1790 als zelfstandig meester gevestigd., In 1818 is zijn bedrijf overgenomen door zijn zoon Jan Jacob van Nieuwcasteel, voor wie hij nadien nog werk heeft uitgevoerd.

View full profile
Materials
zilver
Technique
zilver
Dimensions
  • hoogte 21.3 cm
  • breedte 4.1 cm
  • gewicht 75 gr
  • gehalte
Acquisition
overdracht (1926)
Associated subjects
Inscriptions and marks
keurmerk op achterzijde steel: stadskeur Utrecht (2x geslagen), jaarletter op achterzijde steel: G (G=1790), merk op achterzijde steel: DE in een rechthoek over het meesterteken IVN in een rechthoek (waarvan slechts een deel zichtbaar is), opschrift op achterzijde steel: gekroond wapen van de provincie Utrecht, gehouden door twee leeuwen
Notes
  • Afkomstig van de inboedel van het voormalig Utrechts Statenjacht (na 1801 Stadsjacht). De geschiedenis van de Utrechtse Statenjachten begint op 13 december 1664, wanneer de Haer Edelmogende Heren besluiten `omme te doen maken een bequaem jacht omme geemployeert te worden te water ten dienste van Haren Ed: mo: off derselver Gecommitteerden...'. Het vaartuig werd in de achttiende eeuw voornamelijk gebruikt voor het schouwen en beveiligen van de binnenwateren, voor vervoer van Heren Gedeputeerden en hun commissies en voor vermaak en spelevaren van particulieren die het jacht konden huren (zie: A. Graafhuis, 'Statenjachten en stadsjacht van Utrecht', Jaarboekje van Oud-Utrecht (1960), p.144-145). In 1758 werd het vaartuig vervangen door een nieuw jacht. Aan het eind van de eeuw besloten de Statenleden dit weer te verkopen en een ander jacht aan te schaffen. Vanwege de hoge kosten werd dit jacht van de hand gedaan en op 14 februari 1801 werd de stad Utrecht de nieuwe eigenaresse. De inboedel werd apart aangekocht. Voor het zilverwerk betaalde de stad ruim 555 gulden (Graafhuis 1960, pp.150-151). Vanaf 1703 bleef van de Statenjachten allerlei tafelzilver bewaard (zie inv. nrs. 5318, 5319, 5320, 5321/001-002, 5322/001-014, 5324/001-006, 5325/001-006, 5326/001-002, 5327/001-006 en 5328). Tot 1997 (publicatie van de collectiecatalogus metalen) was de datering 1679. Dirk Egeling (Zutphen 1724 - Utrecht 1799) sloeg hier als leverancier zijn teken over dat van de maker Jacob van Nieuwcasteel. De lepels hebben lichtelijk verbrede steeluiteinden die rond eindigen. Aan de achterzijde van de lepels bevindt zich een breed lof. Zie ook inv.nr. 5320.
Rights
Public domain